![]() |
|
HOME De chinchilla Geschiedenis Aanschaf Huisvesting Verzorging Hanteren Genetica Kleurmutaties Koppelen Fokken Zwangerschap Wie zijn wij Onze chins Showresultaat Te koop Pas geboren Links Linkhitlist Gastenboek |
Zwangerschap en geboorte bij chinchilla ’s Een chinchilla vrouwtje die succesvol gedekt is, zal na gemiddeld 111 dagen bevallen van één of meerdere jongen.Hoe weet ik of de dekking is geslaagd en mijn chinchilla zwanger is? Tijdens de eerste periode van de zwangerschap zul je niets zien en/of merken aan het vrouwtje. Het enige wat je eventueel kan opvallen, is dat het vrouwtje vanaf het begin van haar zwangerschap meer gaat eten en drinken. Pas vanaf de derde maand van de zwangerschap zullen de eerste tekenen goed zichtbaar zijn: de tepels van het vrouwtje nemen in omvang en lengte toe (en kleuren eveneens rood/roze) en haar gewicht schiet enorm omhoog. Ook kun je de jongen voelen door middel van je vingers onder het buikje van het vrouwtje te plaatsen. Wacht tot de jongen bewegen en beweeg dan lichtjes met je vingers van de ene zijde naar de andere zijde (nooit op de buik duwen!) totdat je een hard bolletje (een hoofdje), voelt. Halverwege de derde maand van de draagtijd kun je echt niet meer om de zwangerschap van het vrouwtje heen. Haar buikje is flink gegroeid en voelt behoorlijk strak aan. Vanaf deze periode draagt het vrouwtje de jongen meer "opzij", zodat eventueel "zichtbaar" wordt of het vrouwtje een meerling draagt. Tegen het einde van de zwangerschap ligt het vrouwtje regelmatig op haar zij of zit ze op de bodem van haar kooi. Tevens kan ze in deze laatste fase van haar zwangerschap lichte diarree (plakkeutels) hebben. Zodra het vrouwtje bevallen is, zullen haar keutels weer normaal zijn.
Het is mogelijk dat het vrouwtje gedurende haar zwangerschap wat kribbiger is tegen haar partner en haar baasje dan normaal, echter dit hoeft niet het geval te zijn. Wij zelf hebben de ervaring dat een zwanger vrouwtje juist aanhankelijker is naar ons toe, zeker wanneer het haar eerste zwangerschap betreft. Wanneer het vrouwtje haar partner van begin af aan constant aanvalt, is het verstandig hem tijdig apart te zetten alvorens het vrouwtje hem flink te grazen neemt en de kans op een vredig contact nooit meer mogelijk zal zijn tussen die twee. Later, na de bevalling en de minimale 8 weken zoogperiode van de jongen, kan het bokje eventueel middels een wenproces weer samen gezet worden met het vrouwtje (lees hierover meer onder het item Koppelen). Als laatste willen wij hierbij nog vermelden dat het raadzaam is om een extra knaagsteen in de kooi te leggen, daar een zwanger vrouwtje instinctief meer kalk dan normaal tot zich neemt ten behoeve van de ontwikkeling van de botten en tandjes van de jongen in haar buik. Zelf geven we aan zwangere en zogende vrouwtjes ook een afgestreken theelepeltje melkkorrels per dag (de eerste twee weken elke dag, daarna enkele keren per week: afbouwend totdat de jongen 8 weken oud zijn). De jongen zullen hier trouwens ook van eten, wat hun extra calcium en vitaminen geeft. Melkkorrels zijn voor zover wij weten niet verkrijgbaar in de dierenwinkel. Wij zelf schaffen ze aan via een grote fokker. De bevalling Wanneer de bevalling gaat plaatsvinden, kiest het vrouwtje hiervoor een plek op de bodem of in een hoek van de kooi, zodat ze zich tijdens de bevalling veilig voelt en ze zo min mogelijk gestoord kan worden. Indien een huisje aanwezig is, zal het vrouwtje hierin gaan bevallen. Tijdens de weeën beweegt het vrouwtje zich voortdurend door de kooi, je kunt echt merken dat ze pijn heeft. Ze gaat gestrekt liggen, rechtop staan, draaien, weer liggen, etc. Ook maken de meeste vrouwtjes een geluid die erop wijst dat ze pijn hebben en gaan haar oren af en toe naar achteren staan. De weeën duren soms maar een half uur, maar enkele uren zijn niet uitgesloten. Wanneer het jong een stukje uit de schede steekt, buigt het vrouwtje zich naar voren en trekt ze met haar tanden het jong naar buiten. Ze likt haar jong direct droog, zodat deze geen kou vat. Het vrouwtje beschikt over zes tepeltjes (borstkliertjes), welke diep verscholen zitten onder haar buikhaar (jongen worden voornamelijk gezoogd met de voorste borstkliertjes, die ook het meeste melk produceren; de meer naar achter gelegen kliertjes worden alleen gebruikt wanneer een meerling wordt geboren). Het jong gaat, zodra deze is drooggelikt, zelf meteen op zoek naar een tepel. Indien een meerling geboren wordt, zit hier meestal een kleine periode tussen, zodat het vrouwtje de kans heeft haar eerder geboren jong droog te likken. Echter wanneer de jongen elkaar te snel opvolgen, is het raadzaam om het eerder geboren jong uit de kooi te halen en deze zelf zachtjes droog te blazen. Je kunt dit het beste doen door van je handen een bijna gesloten kommetje te maken en het jong hierin zachtjes droog te blazen (of gebruik je trui/sweater). Het vrouwtje kan zich dan volledig concentreren op de geboorte van het volgende jong. Normaliter, als alle jongen geboren zijn, vindt uitdrijving van de placenta (moederkoek, nageboorte) plaats. Terwijl de jongen inmiddels lekker aan het drinken zijn aan de tepels, wordt deze placenta opgegeten door het vrouwtje. De placenta zit boordevol vitamines wat ervoor zorgt dat de melkproductie op gang wordt gezet. Daarnaast is het opeten van de placenta instinctief gedrag; in het wild worden hierdoor de sporen van de bevalling uitgewist om de natuurlijke vijand(en) op afstand te houden. Omdat chinchilla ’s soms meerdere placenta ’s hebben, kan uitdrijving van de placenta ook tussendoor de geboortes plaatsvinden. Na uitdrijving van de placenta kan dus nóg een jong geboren worden. Het komt niet vaak voor, maar dit betekent dat de babies apart gegroeid zijn, geen twee- of meerling zijn en dus ieder een eigen placenta hebben. Dit houdt ook in dat een reeds zwanger vrouwtje opnieuw zwanger kan raken (vrouwtjes kunnen tijdens de zwangerschap gewoon bronstig worden), met als gevolg dat zij binnen 111 dagen opnieuw bevalt! Geboortegewicht Babychinchilla ’s worden "compleet" geboren met open oogjes, tandjes én haar. Na hun geboorte rennen ze vrijwel meteen door de kooi en kunnen ze vanaf dag één al pellets en hooi eten (al geven ze toch de voorkeur aan de moedermelk). Het geboortegewicht van een (droog) chinchilla jong ligt gemiddeld tussen de 40 en 50 gram, maar sommigen kunnen tot 70 gram wegen en anderen niet meer dan 30 gram. Geboorte meerling Wanneer een meerling geboren wordt, kan er in het begin onderling veel ruzie zijn om de voorste tepels van de moeder. De voorste tepels geven immers het meeste melk. Wanneer de tepels gekozen zijn en iedere babychin zijn "plek kent", zul je zien dat gedurende de zoogtijd elk jong een eigen tepel heeft (in ieder geval wanneer ze allemaal tegelijk drinken). Wij zijn van mening dat in iedere dierengroep, -kudde en/of -roedel een rangorde heerst, dus ook bij chinchilla ’s. Degenen die aan de achterste tepels drinken, zijn o.i. lager in rangorde en kunnen (doordat de achterste tepels minder melk geven dan de voorste tepels) gedurende de zoogperiode kleiner zijn dan degenen die aan de voorste tepels drinken. Dat wil echter niet zeggen dat ze altijd kleiner zullen blijven dan hun broertjes en/of zusjes, de kleinste kan uiteindelijk als grootste van het nest uitgroeien! Dat de ene babychin groter is als de ander is eventueel ook al zichtbaar bij de bevalling. Doordat het grote (en sterkere) jong tijdens de zwangerschap de meeste voedingsstoffen tot zich genomen heeft, heeft de ander dus te weinig binnen gekregen om te groeien. Het kleinere jong zal ook veel zwakker zijn dan het grotere broertje of zusje. Het loopt, springt en huppelt bijvoorbeeld de eerste dagen niet door de kooi, het is langzaam en traag. Helaas overlijdt in de meeste gevallen het kleinste jong binnen enkele uren, omdat het gewoon te zwak is, te weinig voedingsstoffen tot zich heeft kunnen nemen tijdens de zwangerschap. Wanneer het kleintje de eerste uren wel overleeft, blijft het voorlopig nog wel zwak. Het kan dus zijn dat het met een paar dagen helaas alsnog overlijdt, hier moet je wel rekening mee houden. Wanneer het twee jongen betreft, dus een grote en een kleintje, adviseren wij de jongen gewoon met rust te laten. Ze hebben allebei een voorste tepel om aan te drinken en het kleine jong heeft dus alle kans om voldoende melk binnen te krijgen. Wij zijn van mening dat in een geval als deze het kleintje in alle rust zelf op krachten moet komen; het diertje gaan bijvoeden bijvoorbeeld geeft o.i. extra stress en zal het zeker overlijden. Bovendien is moedermelk het beste voor een jong, daar zitten alle juiste vitaminen en mineralen in die ze nodig hebben. Wanneer er meer dan twee jongen geboren zijn, kun je eventueel de grote jongen af en toe uit de kooi halen (vasthouden), zodat het kleine jong rustig kan drinken aan een van de voorste tepels. Immers de groten zullen ook de voorste tepels in beslag nemen en veel melk is juist wat het kleintje nodig heeft. Hier geldt o.i. dus ook: niet de kleinste gaan bijvoeden! Wanneer de jongen 8 weken oud zijn, is het wel verstandig de grootste jongen bij de moeder vandaan te halen en de kleinste nog eventjes te laten zitten. Nu kan het zeker zijn/haar achterstand gaan inhalen en je zult ook zien dat het gewicht en omvang van het kleine ding met de dag omhoog schiet! Het bokje uit de kooi halen tijdens de bevalling of kan hij er gewoon bij blijven? Tijdens de bevalling kun je het bokje gewoon in de kooi laten. Hij zal zich als een uitstekende partner gedragen en zijn vrouwtje helpen bij de bevalling. Zodra het vrouwtje is bevallen van het jong, zal hij zich hier meteen over ontfermen door het jong droog te likken. Hierdoor kan het vrouwtje zich eventueel op een volgende worp concentreren. Ook na de bevalling is de bok een perfecte vader en verzorgt en beschermt hij de jongen goed. Hou er echter rekening mee dat het vrouwtje direct na de bevalling weer vruchtbaar is en het bokje haar ook zal trachten te dekken. Een herdekking zal niet altijd worden toegelaten door het vrouwtje, echter het toelaten van een herdekking is deels instinctief gedrag van het vrouwtje; wanneer haar jongen immers iets zal overkomen, is ze in ieder geval weer zwanger en zal ze over 111-113 dagen wederom jongen hebben. Onze ervaring leert dat herdekkingen dus niet ALTIJD plaatsvinden (wij schatten het aantal herdekkingen van onze fokvrouwtjes niet hoger dan 30%). Mocht het tot een herdekking zijn gekomen, haal het bokje dan vóór de volgende bevalling (vlak voor de 111de dag) uit de kooi. Hierdoor hou je het aantal nesten van een vrouwtje gering (maximaal twee nesten per jaar), zodat uitputting en zware belasting van het vrouwtje wordt voorkomen. Zodra het vrouwtje bevallen is, kun je het bokje eventueel in een wenkooitje terug in de kooi zetten, zodat het hele gezin contact houdt en niet zullen vervreemden van elkaar. Laat het bokje gedurende de dagen dat de schede van het vrouwtje nog openstaat in het wenkooitje (5-7 dagen). Zorg er echter voor dat het bokje wel elke dag zijn pootjes even kan strekken, door hem los te laten in een gesloten ruimte of hem onder toeziend oog vrij te laten in de kooi. Wanneer de schede van het vrouwtje weer dicht is, kan het bokje zonder problemen weer bij zijn gezin los gezet worden. Omdat we ons kunnen voorstellen dat je het een beetje eng vindt om het bokje vrij te laten in de kooi en je misschien geen tijd en/of geschikte ruimte hebt om het bokje elke dag eventjes los te laten lopen, kun je bijvoorbeeld ook gebruik maken van twee tegen elkaar geplaatste konijnenkooien. Waarbij dan het vrouwtje met haar jongen in de ene kooi zit en het bokje in de andere. Op deze manier blijft eveneens het contact en heeft het bokje alle ruimte om zich te kunnen bewegen. ATTENTIE: babychins kunnen gemakkelijk door de spijlen van een konijnenkooi heen kruipen. Bevestig daarom eerst fijn gaas aan de binnenkant van de konijnenkooi waar het vrouwtje met haar jongen ingezet wordt. HEEL BELANGRIJK OM TE WETEN, is dat wanneer een herdekking plaatsvindt, het tijdens het liefdesspel er ruig aan toe kan gaan (lees hierover meer onder het item Fokken bij "de dekking"). Het is daarom van groot belang dat er een object in de kooi aanwezig is, zoals een houten huisje of een aarden bloempot, waarin de jongen zich instinctief zullen verschuilen. Op deze manier wordt voorkomen dat ze omver gelopen worden of in het ergste geval vertrapt worden door de jagende bok op zijn vrouwtje.
Naar begin |
|