Logo LiMa Chinchilla's



HOME
De chinchilla
Geschiedenis
Aanschaf
Huisvesting
Verzorging
Hanteren
Genetica
Kleurmutaties
Koppelen
Fokken
Zwangerschap
Wie zijn wij
Onze chins
Showresultaat
Te koop
Pas geboren
Links
Linkhitlist
Gastenboek

Fokken met chinchilla’s  

In het wild kregen chinchilla’s maar één keer per jaar jongen, waarbij de vrouwtjes enkel in februari bronstig waren. De paringstijd vond dan in deze maand plaats en na een dracht van 111 tot 113 dagen werden de jongen in mei geboren. Meestal kwamen er dan één tot twee jongen ter wereld. Omdat chinchilla’s nu geruime tijd (80 jaar) in gevangenschap worden gehouden, is hun voortplantingsgedrag volledig aangepast. Niet alleen zijn de vrouwtjes meerdere malen per jaar bronstig, het aantal jongen per worp varieert van één tot drie (soms vier of meer), met een gemiddelde van twee.

Mannetje of vrouwtje?
Wanneer je besluit om met chinchilla’s te gaan fokken, is het uiteraard belangrijk dat je het geslacht van de chinchilla kunt bepalen. Of de chinchilla een bokje (mannetje) of vrouwtje is, is niet op het eerste zicht te zien. Om het geslacht te kunnen bepalen van een chinchilla, moet je de chinchilla grondig onder de staart bekijken. Het geslachtsverschil is te zien aan de ruimte die tussen de anus en de geslachtsopening zit, de afstand is bij bokjes veel groter dan bij vrouwtjes. Ondanks dat beiden op het eerste zicht op een bokje lijken, zit de geslachtsopening bij het vrouwtje tegen het "uitsteekseltje" aan (naar de anus toe) en bij het bokje zit de geslachtsopening aan het uiteinde van het "uitsteekseltje". Wanneer je bij het bokje het "uitsteekseltje" voorzichtig naar beneden duwt (richting zijn lichaam), komt zijn geslachtsdeel te voorschijn. Op deze manier kun je ook controleren of het bokje geen last heeft van een haarring. Indien een haarring aanwezig is, moet je deze direct voorzichtig verwijderen.

chinchilla bokje
Chinchilla bokje
chinchilla vrouwtje
Chinchilla vrouwtje

Naar begin


De bronst
Een vrouwtje laat zich enkel dekken wanneer zij bronstig (paringsbereid en vruchtbaar) is. Op het moment dat een vrouwtje bronstig is, gaat haar schede openstaan en verspreidt zij een voor de bokjes doordringende geur, zodat de bokjes ruiken dat het vrouwtje bronstig is. Tevens verliest zij een zogenaamde bronstprop van 2 tot 3 cm lang, welke wasachtig aanvoelt en witgeel van kleur is. Na verloop van tijd wordt de bronstprop hard. Deze prop is in het zaagsel moeilijk terug te vinden en daarbij komt dat sommige bokjes de bronstprop opeten. De bronstperiode vindt maandelijks plaats en duurt drie tot vier dagen, waarbij de bronst dan soms een maand (of meerdere maanden) wordt overgeslagen.

Vanaf een leeftijd van ongeveer 5 maanden is een vrouwtje voor het eerst bronstig, echter op deze leeftijd is zij nog te jong om gedekt te worden. Een vrouwtje zou niet gedekt mogen worden voordat ze de leeftijd heeft bereikt van tenminste 7 maanden. Wij adviseren een leeftijd van 9 à 10 maanden voordat een vrouwtje in de fok gezet wordt. Het is belangrijk dat een vrouwtje eerst zelf goed uitgroeit voordat ze jongen krijgt. Wanneer een vrouwtje jongen krijgt voordat ze zelf is uitgegroeid, kan zij apatisch reageren wanneer haar jongen geboren worden. Ze weet niet hoe ze ermee om moet gaan, omdat ze immers zelf nog een kind is, en bestaat de kans dat ze daardoor niet voor haar jongen zal zorgen. Wanneer een vrouwtje pas met de leeftijd van 12 maanden of ouder in de fok wordt gezet, is het mogelijk dat het langer kan duren voordat ze zwanger raakt. Het kan dan soms zelfs twee jaar duren voordat ze haar eerste nestje heeft. Wanneer er na twee jaar nog geen nestje is, is het mogelijk dat één van de twee diertjes onvruchtbaar is en - wanneer je toch heel graag een nestje wilt - raden wij aan om allebei de diertjes met een ander maatje te verparen. Bokjes kunnen reeds vruchtbaar zijn vanaf 4 maanden.

Let op: houdt er rekening mee dat als een bokje reeds op jonge leeftijd dekt, de kans bestaat (is zelfs redelijk groot) dat hij niet veel tot helemaal niet meer zal groeien en dus klein blijft.

Naar begin


De dekking
Omdat chinchilla’s ’s avonds laat pas gaan opleven en weer gaan slapen in de vroege morgen, zal een paring over het algemeen ’s nachts plaatsvinden. Bij een paring zal het bokje het vrouwtje enige tijd achterna jagen. Tijdens het achterna jagen verliezen beide dieren ook de nodige plukjes haar. Wanneer je een dekking voor het eerst meemaakt, zul je in eerste instantie denken dat de diertjes ruzie hebben en elkaar elk moment flink in de haren kunnen vliegen. Echter dit hoort bij het paringsspel. Het verschil tussen een ruzie en een paringsspel is te herkennen aan het gedrag van het bokje en de uitdagende bewegingen van het vrouwtje. Tijdens het paringsspel maakt het bokje opgewonden geluidjes en tegelijkertijd maakt hij zwiepende bewegingen met zijn staart. Ondanks dat het vrouwtje regelmatig kwetterend op haar achterpoten gaat staan om het bokje een urinestraaltje te geven, is zij tijdens haar bronstperiode toch paringsbereid. Je zult ook zien dat wanneer een bokje stopt met achterna jagen, het vrouwtje hem uitdagend zal benaderen en met haar achterste naar hem toe gaat zitten met haar staart omhoog. Wat wij zelf nog niet duidelijk hebben kunnen zien, maar hebben gelezen op een andere site met waardevolle chinchilla-informatie, is dat het bokje tijdens het achterna jagen tevens met zijn kin langs allerlei voorwerpen in de kooi zal strijken. Onder zijn kin schijnt zich een klier te bevinden die een kleverige substantie afscheidt. Door met zijn kin langs voorwerpen te strijken, bakent het bokje zijn territorium af.

Voor een succesvolle paring dienen verschillende paringen plaats te vinden (tenminste drie). Na de laatste dekking, zal het bokje een soort hikkend geluid maken om te laten weten dat de paring gelukt is. Echter het ultieme bewijs dat een paring heeft plaatsgevonden, is de zogenaamde dekprop, die het vrouwtje uitscheidt na de laatste dekking van de diverse paringen. Deze dekprop lijkt veel op de bronstprop met het enige verschil dat de dekprop ongeveer 2 cm langer is. Een dekprop is een wasachtige substantie (ejaculatie van het bokje) die een poosje in de opening van de vagina blijft zitten om de sperma van het bokje binnen te houden. Na een paar uurtjes verliest het vrouwtje de dekprop.

Let op: de dekprop is een bewijs dat een paring heeft plaatsgevonden, NIET dat het vrouwtje zwanger is.

chinchilla dekprop
Dekprop

Naar begin


Kweekmethodes
  • Polygaam fokken (met meerdere chinchilla’s via een tunnel)

  • Deze kweekmethode wordt vooral toegepast door grote chinchillafokkers. De kooitjes die hierbij gebruikt worden, hebben niet zo’n grote afmeting en zijn aan elkaar gevestigd (vier tot acht kooitjes). In elk kooitje zit een vrouwtje, voorzien van eten en drinken. Achter de rij kooitjes loopt een tunnel waar het bokje doorheen wandelt. De kooitjes en de tunnel zijn vervaardigd van verzinkt metaal. Het bokje kan via een opening tussen elk kooitje en de tunnel bij de vrouwtjes komen. Wanneer het bokje honger en dorst heeft, kan hij bij alle vrouwtjes terecht om te eten en drinken (meestal kiest het bokje echter één vrouwtje uit waarbij hij eet, drinkt en slaapt). De vrouwtjes hebben een hard plastic kraagje om, zodat zij niet uit hun kooitjes kunnen om de tunnel in te gaan en waardoor ze ook niet bij elkaar kunnen komen. Wanneer een vrouwtje zwanger blijkt te zijn, wordt de toegang tot haar kooitje gesloten, zodat het bokje niet meer bij haar kan. Indien een vrouwtje bevallen is, blijft haar schede tenminste nog 5 dagen openstaan, zodat zij gedurende deze dagen weer vruchtbaar is. Het ”deurtje” van haar kooitje kan weer worden geopend, zodat de toegang voor het bokje weer vrij is. Heel belangrijk is wel, dat er nu een huisje in het kooitje geplaatst wordt waarin de jongen zich kunnen verschuilen, zodat ze niet tijdens een eventuele dekking vertrapt worden door het bokje.

    polygaam fokken
    Polygaam fokken

    Ondanks deze kweekmethode een praktische, hygiënische en tevens "goedkope" methode is - je hebt immers maar één bokje nodig die tenminste 4 vrouwtjes tegelijk kan dekken - gaat onze voorkeur niet uit naar deze kweekmethode. Naast dat het er dieronvriendelijk uitziet, hebben de dieren geen vast maatje en zijn ze niet makkelijk uit de kooien te nemen.

  • In grote groepen (minimaal 4 dieren) fokken

  • Fokken in grote groepen is eigenlijk te mooi om waar te zijn. Een groep van minimaal vier en maximaal zes à acht chinchilla’s in één grote kooi, wat kun je je als chinchillaliefhebber nog meer wensen? Echter deze kweekmethode kan helaas veel problemen met zich meebrengen en vereist daarom veel energie van de fokker én de dieren. De enige manier waarbij groepen vormen enigszins probleemloos zal verlopen, is een groepje jonge chinchilla’s bij elkaar in één kooi zetten, waarvan één bokje en derest vrouwtjes (zet nooit meerdere bokjes bij één of meerdere vrouwtjes!). Ook is het mogelijk om elke keer wanneer een jong dier geboren wordt, deze na acht weken toe te voegen aan de groep. Jonge dieren worden ook door volwassen chinchilla’s in de regel probleemloos opgenomen in de groep, maar toch moet rekening gehouden worden met een wenporces. Voordat je een grote groep bij elkaar hebt, kun je maanden of zelfs jaren verder zijn.

    Het bij elkaar zetten van volwassen chinchilla’s zal veel moeizamer verlopen. De dieren zullen aan elkaar gewend moeten worden alvorens ze tegelijkertijd in één kooi uitgezet kunnen worden. Hierbij raden wij dan aan de dieren aan elkaar te laten wennen in een voor hun allemaal vreemde kooi. Laten we ervan uitgaan dat je een groep van zes chinchilla’s wilt vormen, vijf vrouwtjes en één bokje. Je zou dan zes wenkooitjes tegen elkaar in een grote kooi kunnen plaatsen waar de dieren uiteindelijk gezamenlijk in komen te zitten. Echter dit is onbegonnen werk, het kan maanden duren voordat alle chinchilla’s volledig aan elkaar gewend zijn. Je kunt er ook voor kiezen de groep te vormen door de volwassen dieren één voor één aan elkaar te laten wennen. Je begint dan met twee chinchilla’s, één in de grote kooi en de ander in een wenkooitje in de grote kooi. Wanneer de dieren aan elkaar gewend zijn en samen los in de grote kooi zitten, zet je de volgende chinchilla in een wenkooitje in de grote kooi. Dit proces zou je dan moeten herhalen totdat de gewenste groep uiteindelijk gevormd is. Echter hoe meer chinchilla’s er al los zitten in de grote kooi (inmiddels al een groepje vormend), des te moeilijker het wordt een volgende chinchilla toe te voegen. Hierdoor kan het maanden duren voordat de gewenste groep gevormd is. En dan is het nog maar de vraag of het zal blijven klikken tussen alle zes de dieren.

    Wanneer je een groep van meerdere chinchilla’s wilt hebben in één kooi, zou het nog het beste zijn om bij een grote fokker te gaan kijken die toevallig zo'n groep reeds bij elkaar heeft zitten, zodat je deze groep kunt overnemen. De dieren zijn dan al gewend aan elkaar en je hoeft daardoor niet zelf een moeizaam en langdurig wenproces aan te gaan. Helaas kan het dan nog zo zijn, dat wanneer bij thuiskomst de dieren in één kooi geplaatst worden, de dieren met elkaar op de vuist gaan. Chinchilla’s zijn stressgevoelige diertjes en wanneer ze in een nieuwe omgeving terechtkomen met nieuwe geluiden en nieuwe geurtjes kunnen gedragsveranderingen optreden, waardoor ineens vechtpartijen tussen de diertjes kunnen ontstaan. Dit geldt trouwens niet alleen voor groepen chinchilla’s; wanneer bijvoorbeeld twee chinchilla’s die al geruime tijd bij elkaar in een kooi zitten, in een andere omgeving geplaatst worden, kan het evenwicht tussen de twee zodanig verstoord worden, dat ze gescheiden moeten worden.

  • Met koppeltjes of in kleine groepjes (maximaal 3 dieren) fokken

  • Dit is de kweekmethode die wij prefereren. De diertjes komen per twee (een bokje en een vrouwtje) of drie (een bokje en twee vrouwtjes) in een ruime kooi terecht, waarbij ze allemaal de ruimte hebben om zich vrij te kunnen bewegen en ze tegelijkertijd een maatje aan elkaar hebben. Met deze kweekmethode heb je de minste kans op vechtpartijen tussen de diertjes of hou je deze in ieder geval minimaal. Een nadeel van deze kweekmethode is, dat je in verband met kooiruimte minder chinchilla’s kunt houden en het wat langer zal duren voordat je een nestje hebt. Wat wij hierbij ook meemaken is, dat sommige diertjes vriendjes voor het leven worden en pas na jaren of helemaal niet gaan fokken. Omdat wij genieten van onze chinchilla’s, is deze kweekmethode voor ons toch de beste uitkomst. Ondanks dat het weleens moeilijk is om geen chinchilla’s erbij te kunnen nemen in verband met kooiruimte, blijft het aantal chinchilla’s bij ons "gering" en kunnen we alle diertjes probleemloos de nodige aandacht en verzorging geven.
chinchilla: Homo Ebony & Wit Mozaïek (Whitney & Bollo)
Met koppeltjes fokken

Naar begin


Nawoord
Het fokken van chinchilla’s is een zeer interessante en leuke bezigheid, maar het is raadzaam eerst informatie hierover in te winnen. Fok niet met chinchilla’s indien je niet op de hoogte bent van de mogelijke problemen rondom het fokken, de zwangerschap en de geboorte. Zorg ook dat je je chinchilla’s kent alvorens je ermee gaat fokken. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk om te weten dat, in verband met de lethale factor, Velvet chinchilla’s en Witte chinchilla’s onderling niet verpaard mogen worden. De nakomelingen uit twee Velvet chinchilla’s of twee Witte chinchilla’s zijn niet levensvatbaar (vaak sterft de vrucht al af in de baarmoeder of wordt vroegtijdig afgedreven) of de jongen die ter wereld komen zijn bijzonder zwak en zullen in de regel maar een paar uur of een paar dagen leven. Voor de duidelijkheid: een Velvet chinchilla mag wel met een Witte chinchilla verpaard worden (en andere mutaties buitenom chinchilla’s die het Velvet gen bij zich dragen).

Wanneer je denkt klaar te zijn voor het fokken met chinchilla’s, wees dan vooral niet bang om aan de slag te gaan. Houd echter altijd in het oog dat je geniet van het gezelschap van je chinchilla’s en dat je ze kweekt voor het plezier!

Naar begin
www.lima-chinchillas.nl