|
HOME Nieuws Algemeen LiMa Onze dieren Showresultaten For sale Pas geboren Contact Links Impressum |
De chinchilla
De chinchilla is een knaagdier, welke behoort tot de cavia-achtigen. Het zijn grappige, opgewekte diertjes met een koddig uiterlijk. Ze hebben grote "Mickey Mouse" oren, een dikke zachte vacht (uit één haarwortel kunnen wel 120 haartjes groeien!) en een geborstelde staart. Het is een schemering- en nachtdier dat overdag slaapt en pas tegen de avond opleeft. chinchilla ’s zijn oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Amerika (Andesgebergte, Peru, Chili), waar ze leefden in kolonies. In verband met hun dikke zachte vacht werden chinchilla ’s in het begin gevangen en gefokt voor de bontindustrie, hierdoor zijn de diertjes helaas in het wild zo goed als uitgestorven. Echter hoe meer fokkers gecharmeerd raakten van de persoonlijkheid van de chinchilla, werden ze later ook gefokt voor de huiskamer. Hoewel er nog steeds veel fokkers chinchilla ’s houden voor het bont, heeft de chinchilla inmiddels veel harten doen smelten bij dierenliefhebbers. Chinchilla ’s zijn onafhankelijke diertjes. Hiermee bedoelen we niet dat als je chinchilla ’s in huis hebt, deze niet hoeft te verzorgen. chinchilla ’s vertrouwen volledig op hun baasje, dat deze hun voorziet van eten, drinken en sanitaire verzorging. We bedoelen met onafhankelijk, dat de diertjes een eigen persoonlijkheid hebben, dat ze zullen doen waar ze zelf zin in hebben. Met andere woorden, het zijn geen knuffeldiertjes die gezellig op schoot blijven zitten of om mee te kroelen. Een chinchilla zal ook niet naar zijn naam luisteren. Een tamme chinchilla zal het eventueel toelaten om geaaid te worden op het kopje, in het nekje of onder het buikje. Maar niet alle chinchilla ’s houden hiervan, ook al zijn ze tam. chinchilla ’s worden liever niet van achter benaderd of aangeraakt op hun rug, instinctief, want in het wild worden ze achterlangs aangevallen door een roofvogel of een ander roofdier. Win eerst het vertrouwen van je chinchilla ’s alvorens je de diertjes überhaupt oppakt. Houd er rekening mee dat het vertrouwensproces enkele weken kan duren. Zodra je het vertrouwen van je chinchilla ’s gewonnen hebt, zullen deze snoepjes uit je handen eten en via de armen naar je schouderklimmen. Drijf chinchilla ’s ook nooit in een hoek, jaag er nooit achteraan en probeer geen onverwachte bewegingen te maken. chinchilla ’s zijn nerveus van aard en als er achter hun aangejaagd wordt, krijgen ze gegarandeerd last van stress (wat nog steeds doodsoorzaak nummer één is bij chinchilla ’s!). Als chinchillahouder moet je er rekening mee houden dat chinchilla ’s veel eigen tijd en ruimte behoeven, dus een grote kooi waar ze zich vrij in rond kunnen bewegen. Ook kunnen ze los gelaten worden in een voor hen speciaal ingerichte kamer. Let er echter op dat chinchilla ’s knaagdieren zijn en aan alles zullen knagen wat ze onderweg tegenkomen, dus zorg ervoor dat ze niet bij de elektriciteitskabeltjes kunnen..! chinchilla ’s zijn er in diverse kleuren. De aanschaf van een chinchilla
Wanneer je van plan bent chinchilla ’s in huis te nemen, zou je eerst goed na moeten denken of je mannetjes (bokjes) en/of vrouwtjes wil, naar welke kleur je voorkeur uitgaat en hoeveel je uit wilt geven aan de diertjes. Het laatste heeft te maken met de kwaliteit van chinchilla ’s, wil je showkwaliteit of huisdierkwaliteit? Voor een chinchilla die aan de eisen van een showchinchilla voldoet, betaal je veel meer als voor een chinchilla van huisdierkwaliteit. Voor ons persoonlijk maakt het niet uit, wij vinden elke chinchilla op zijn of haar manier speciaal! Let alleen goed op dat je gezonde chinchilla ’s in huis haalt. Het beste kun je chinchilla ’s kopen bij een (hobby)fokker, omdat zij het meest op de hoogte zijn van de ins en outs van de diertjes. Zoals gedrag, karakter, geboortedatum, informatie over de ouders, eventuele ziektebeelden die voor kunnen komen bij chinchilla ’s, etc. Ook zijn chinchilla ’s te koop bij sommige dierenwinkels, echter vaak zijn deze diertjes op latere leeftijd bij hen gebracht en kunnen zij daardoor weinig informatie verschaffen over de gewenste diertjes. Chinchilla ’s zijn sociale diertjes
Chinchilla ’s zijn echte sociale dieren, in het wild leefden ze in kolonies. Een chinchilla alleen houden is dan ook niet verantwoord in onze ogen, het diertje zal sterk vereenzamen, waardoor hij sloom en lusteloos wordt of andere gedragsstoornissen zal gaan vertonen. Ondanks dat alleen gehouden chinchilla ’s veel liefde en aandacht zullen krijgen, is het toch van belang dat chinchilla ’s als paartjes (of meerdere chinchilla ’s in één kooi) gehouden worden, zodat ze in ieder geval gezelschap aan elkaar hebben als je zelf niet in de buurt bent en/of niet altijd evenveel tijd en aandacht hebt voor de diertjes. Het koppelen van chinchilla ’s echter gaat niet altijd probleemloos. Jonge chinchilla ’s die samen in een verblijf worden gezet kunnen hun leven lang bij elkaar blijven zonder enige problemen. Bij oudere dieren is dit meestal lastiger. Omdat chinchilla ’s een eigen persoonlijkheid hebben, zal het niet altijd meteen klikken tussen twee of meerdere chinchilla ’s, ze hebben een eigen willetje en kiezen hun eigen vriendjes. Het is daarom heel belangrijk om niet zomaar twee of meer volwassen chinchilla ’s bij elkaar te zetten, de kans is groot dat ze zullen gaan vechten (soms tot de dood er op volgt!). Om volwassen chinchilla ’s aan elkaar te laten wennen zijn er diverse methodes, zie hiervoor het item Koppelen.
Chinchilla ’s kunnen lang leven
Bij een goede verzorging kunnen chinchilla ’s 15 jaar of zelfs ouder worden. Het is dus belangrijk dat je eerst goed nadenkt voordat je chinchilla ’s in huis neemt.Waar komen de diertjes terecht? Heb je de ruimte om chinchilla ’s in huis te nemen? Zijn er kinderen? Andere dieren? Gezinsleden met een allergie? Als je gaat verhuizen, is het dan mogelijk om je chinchilla ’s mee te nemen? Ben je er zeker van om chinchilla ’s in huis te nemen? Wat doe je als je niet meer voor je chinchilla ’s kunt zorgen? Blijft de interesse als de diertjes ouder worden? Wees redelijk en realistisch, elke chinchilla verdient een goed tehuis waar hij voortdurend veel liefde en aandacht krijgt. Zint eer ge begint! De aanschaf van een chinchilla kan duur zijn
De verzorging van chinchilla ’s, zoals de chinchilla ’s voorzien van eten, drinken, lekkernijen, zandbadje, bodembedekking in de kooi, is niet zo duur. Echter de aanschaf van chinchilla ’s en huisvesting brengen de nodige kosten met zich mee. Een chinchilla van huisdierkwaliteit is al te koop vanaf ongeveer € 25,- (afhankelijk van de mutatiekleur). Voor een fokdiertje en/of showdiertje wordt al snel € 100,- tot € 300,- gevraagd (afhankelijk van de kwaliteit, de bouw, de helderheid van de kleur en de vachtdichtheid). Opvang chinchilla ’s zijn te koop vanaf € 20,-. Dit ligt een beetje aan de organisatie waar het diertje gekocht wordt. Echter, je moet goed nadenken voordat je een opvang chinchilla in huis neemt. Het diertje kan het e.e.a. meegemaakt hebben, in het ergste geval dierenmishandeling, wat hij niet snel (of zelfs nooit) zal vergeten en hierdoor extra liefde en aandacht nodig heeft. Bovendien moet je er zeker van zijn dat je voor het diertje wilt blijven zorgen zolang hij of zij leeft, maar dat geldt voor alle dieren! Een opvang chinchilla zal je zeer dankbaar zijn voor het krijgen van een nieuwe kans op een goed leventje. Wanneer het diertje door je goede verzorging met veel liefde en aandacht het vertrouwen in de mens terug heeft gekregen, zul je dit ook zeker merken aan het diertje!Een goede en ruime kooi voor chinchilla ’s is te koop vanaf € 150,- in de dierenwinkel. Als je geluk hebt, kun je een goede kooi op de kop tikken voor ongeveer € 50,-, voor minder zul je ze niet snel vinden. Een goed alternatief is tweedehands kooien, welke je kunt vinden op advertentiesites (op bijvoorbeeld internet) en rommelmarkten. Daarnaast is er eventueel de medische zorg voor je chinchilla ’s. Hopelijk blijven je chinchilla ’s gezond en hebben ze deze zorg nooit nodig, maar er moet uiteraard wel rekening mee gehouden worden. De chinchilla is een exotisch dier en de kosten voor medische zorg voor deze diertjes zijn vrij duur. Om te voorkomen dat je chinchilla ’s ziek worden, is een goede verzorging vereist met de nodige vitaminen welke de chinchilla binnenkrijgt via zijn dagelijkse voeding (chinchilla-pellets en een plukje hooi)! Een gezonde chinchilla
Voordat je chinchilla ’s mee naar huis neemt, moet je er zeker van zijn dat de diertjes gezond zijn. Waar je op moet letten zijn eventueel de volgende aandoeningen (deze zijn op het eerste zicht zichtbaar):
Het vervoeren van chinchilla ’s
Als je besloten hebt chinchilla ’s te gaan halen bij de fokker, zorg er dan voor dat hun kooi gereed is, voorzien van eten, drinken, een plukje hooi en een zandbadje, zodat ze hier gelijk ingezet kunnen worden bij thuiskomst. Vergeet ook niet een kooitje mee te nemen naar de fokker, waarin de chinchilla ’s vervoerd kunnen worden. Zet geen waterbakje in het reiskooitje, dit valt om of het water schudt eruit. Ook een waterfles (zelfs met druppelstop) zal gedeeltelijk leeg gelopen zijn tegen de tijd dat je weer thuis bent. Het water kan over de chinchilla ’s heen druppelen met als gevolg dat de diertjes een longontsteking op kunnen lopen. Chinchilla ’s zijn niet dol op autorijden, de meesten worden er een beetje misselijk van en gaan plat op hun buikje liggen, zeker als het een paar uur duurt voordat ze in hun nieuwe huisje zitten. Probeer de trip zo comfortabel mogelijk te maken, vraag de fokker om een plukje hooi en/of neem zelf een lekkernijtje mee voor onderweg, zodat de chinchilla ’s eventueel voldoende afleiding hebben. Rijdt zoveel mogelijk over de snelweg of over andere verharde wegen en neem bochten en eventueel verkeersdrempels zo voorzichtig mogelijk. Chinchilla ’s kunnen niet tegen warmte, dus als je in de zomer een chinchilla gaat halen, zorg dan dat je een auto hebt met airco en dat ze uit de zon zitten!Thuiskomst
Zet bij thuiskomst de chinchilla ’s voorzichtig in hun nieuwe kooi. Plaats een object in de kooi waar ze zich in kunnen verschuilen, zoals bijvoorbeeld een stenen
bloempot of een houten huisje. Laat de diertjes een paar dagen hun gang gaan en probeer hun in het begin niet al te veel aandacht te geven, voorzie hun enkel van
pellets, hooi en drinken. Het is belangrijk de chinchilla ’s de eerste dagen niet te aaien en zeker niet op te pakken, de diertjes hebben echt even de tijd nodig om aan hun nieuwe omgeving te wennen. Indien je chinchilla ’s hebt gekocht die vreemd van elkaar zijn, is het belangrijk de diertjes in twee verschillende kooien naast elkaar te plaatsen, zodat ze aan elkaar kunnen wennen. Er zijn diverse methodes om chinchilla ’s aan elkaar te laten wennen, zie hiervoor het item over Koppelen. Indien je chinchilla ’s hebt gekocht bij een grote fokker, die de diertjes goed verzorgt, maar verder geen tijd en aandacht voor de diertjes heeft, zullen de chinchilla ’s niet tam zijn. Je zult door veel liefde en aandacht het vertouwen van de chinchilla ’s moeten winnen. Houd er rekening mee dat dit vertrouwensproces enkele weken kan duren. Praat rustig tegen de diertjes en zorg ervoor dat er gedurende de dag niet te veel activiteiten plaatsvinden rondom hun kooi. Benader na een paar dagen voorzichtig de chinchilla ’s, probeer hierbij geen onverwachte bewegingen te maken die de diertjes kunnen afschrikken. Neem de tijd, probeer niet te overhaasten. Zodra je het vertrouwen van je chinchilla ’s gewonnen hebt, zullen deze snoepjes uit je handen eten en via de armen naar je schouder klimmen. De chinchilla ’s zullen echt wennen aan hun nieuwe omgeving, maar je moet geduld hebben (dit wordt zeker beloond)!
Chinchilla ’s hebben rust nodig overdag
Chinchilla ’s zijn nachtdiertjes, die hoofdzakelijk overdag slapen. Daardoor zijn chinchilla ’s geen geschikte huisdieren voor hele jonge kinderen, hun dag-nacht ritme is precies het tegenovergestelde als dat van jonge kinderen. Het zijn ook geen knuffeldieren die langdurig bij je blijven zitten. Daarnaast kennen jonge kinderen vaak niet hun eigen kracht. Als het verhaal geloofd moet worden, is het helaas weleens voorgekomen dat een jong kind zijn chinchilla vanonder de kast wilde trekken en daarbij zo hard heeft getrokken dat de staart losliet! Chinchilla ’s laten loslopen met kleine kinderen in de buurt dient dan ook enkel te gebeuren onder toeziend oog van een volwassene. Eveneens zijn chinchilla ’s stress-gevoelige diertjes, waarbij de stress vaak overgaat in gezondheidsproblemen met soms de dood als gevolg. Daarom is het heel belangrijk om stress bij chinchilla ’s te voorkomen! Plaats hun kooi in een rustig verbijf waar geen dagelijks geroezemoes aanwezig is en geen drukke (huishoudelijke) activiteiten plaatsvinden, bijvoorbeeld in een rustig hoekje op de slaapkamer of in een aparte afgesloten ruimte waar het niet te warm en niet te vochtig is voor de beestjes.Vaste tijden
Chinchilla ’s houden er van om op vaste tijden gevoederd en verzorgd te worden. Probeer elke dag op een vast tijdstip bij je chinchilla ’s te zijn. Chinchilla ’s zijn actief tot in de vroege morgen, maar de beste tijd voor aandacht en activiteiten is vroeg in de avond en ’s nachts. Voor mensen die overdag werken, is de chinchilla een perfect huisdier, omdat ze de beestjes dan ’s avonds kunnen voorzien van eten en drinken en van ze kunnen genieten.Huisvesting voor chinchilla ’s
De kooi van een chinchilla kan niet groot genoeg zijn, hoe groter hoe beter en hoe gelukkiger de chinchilla's zullen zijn. Chinchilla's zijn erg beweeglijke diertjes, die graag rennen en springen. De afmetingen van de kooi is daarom heel belangrijk, ook omdat chinchilla's 's nachts altijd in hun kooi zitten en dit juist het tijdstip is wanneer ze zich het meest levendig gedragen. De plek van de kooi
Over de plek van de kooi moet ruim van te voren nagedacht zijn. Omdat chinchilla's stressgevoelige diertjes zijn en overdag rust nodig hebben, dient de kooi in een
rustig verblijf geplaatst te worden waar geen dagelijks geroezemoes aanwezig is en waar geen drukke (huishoudelijke) activiteiten plaatsvinden. Bijvoorbeeld in een
rustig hoekje in de kamer of in een aparte afgesloten ruimte. Zet de kooi in ieder geval tegen de muur, zodat er geen gelegenheid is om steeds om de kooi heen te
lopen.
chinchilla ’s kunnen niet tegen warmte, zorg dus dat de ruimte waar de kooi geplaatst wordt niet te warm is. Let er in de winter ook op dat de kachel niet te warm gestookt wordt in de ruimte waar de diertjes staan. chinchilla ’s voelen zich het prettigst bij temperaturen tussen de 15 en 18 graden Celsius. Om huidaandoeningen te voorkomen, zoals bijvoorbeeld schimmel, mag de "chinchilla-ruimte" ook niet vochtig zijn. Als laatste is het belangrijk dat de kooi niet op de tocht staat. Wanneer chinchilla ’s op de tocht staan, kunnen ze verkouden worden en in het ergste geval een longontsteking oplopen waar de diertjes aan dood kunnen gaan! Geef de diertjes een houten slaaphuisje, zodat ze minder last hebben van tocht. Zowiezo hebben chinchilla ’s graag een houten huisje in de kooi waar ze in kunnen wegkruipen wanneer ze zich onveilig voelen. In het wild bijvoorbeeld kruipen chinchilla ’s bij gevaar en hoge temperaturen in rotsspleten. Zelf houden wij onze chinchilla ’s in een aparte ruimte waar voldoende licht is en waar het niet vochtig is. Afmetingen
chinchilla ’s hebben kooien nodig waar ze lekker in kunnen ravotten. Als je chinchilla ’s op de juiste manier wilt houden en verzorgen moet je echt een grote kooi kopen.
Helaas zijn goede chinchillakooien niet goedkoop. Voor een goede en ruime kooi betaal je in de dierenwinkel al gauw €150,-. Als je geluk hebt kun je een mooie kooi
op de kop tikken voor ongeveer €75,-, voor minder zul je ze niet snel vinden. Een goed alternatief is tweedehands kooien, welke je kunt vinden op advertentiesites
(op bijvoorbeeld internet) en rommelmarkten. Echter ook bij de aanschaf van een kooi geldt: goedkoop is duurkoop. Het is even een grote uitgave, maar je hebt er
echt jarenlang plezier van!Materiaal
Bij het kiezen of zelf maken van een kooi, zijn er een paar belangrijke eigenschappen waaraan de kooi moet voldoen. Zorg er in ieder geval voor dat de kooi
makkelijk schoon te houden is, zodat de kooi vrij blijft van vervelende bacterien. Ook hebben chinchilla ’s voldoende licht nodig, kies of maak daarom een kooi
waar gaas (gemaakt van verzinkt metaal of aluminium) in verwerkt is. Verzinkte spijltjes of aluminium spijltjes kan een chinchilla niet stukknagen en dit materiaal
kan tevens goed worden gereinigd. De spijltjes mogen niet gelakt of met kunstof omwonden zijn. Zodra chinchilla ’s hieraan knagen, kunnen ze een
spijsverteringsstoornis krijgen.
Een eventuele uitneembare lade op de bodem moet ook van metaal zijn. Voor het makkelijk kunnen schoonmaken van de lade, kun je dan het beste kiezen voor verzinkt metaal. Als je toch voor kunstof of hard plastic kiest, mag dit niet op plaatsen bevestigd zijn waar de chinchilla ’s kunnen knagen. Om chinchilla ’s tegen tocht te beschermen moet de kooi tenminste twee dichte wanden hebben, gemaakt van hardhout (geen splinterhout!) of kunststof. Het beste is nog de achterkant en beide zijkanten dicht te laten. De chinchilla ’s hebben dan geen last van tocht en de diertjes worden ook niet gestoord wanneer zich iemand naast of achter de kooi beweegt. Voor het in- en uitnemen van het zandbadje, het voerbakje en het slaaphuisje, is het praktisch dat de kooideur groot is. Wanneer er zich nog andere dieren in huis bevinden, zoals vogels en/of katten, is het verstandig om de bovenkant van de kooi ook dicht te laten of een plaat op de bovenkant te leggen. Katten of vogels zullen zeker op de kooi gaan zitten, waardoor de chinchilla ’s schrikken en als een gek door de kooi gaan rennen. Ze letten dan niet op waar ze rennen en hierdoor kunnen de diertjes ernstige verwondingen oplopen. Deze vluchtreactie is instinctief. Wanneer zich iets boven de kop bevindt, vertelt zijn instinct hem dat hij moet vluchten. In het wild redt deze vluchtreactie het diertje vaak van een gewisse dood door bijvoorbeeld roofvogels. Wanneer een kooi met spijkers, schroeven, nietjes en dergelijke in elkaar is gezet, moet je regelmatig controleren of deze nog niet tevoorschijn zijn geknaagd. Een vrolijke heen en weer springende (of vluchtende) chinchilla zou zich hieraan lelijk kunnen verwonden. Verwijder daarom direct te voorschijn gekomen spijkers, schroeven, nietjes en ander scherp materiaal! De inrichting van de kooi
Naast het aan of in de kooi bevestigen van een voerbakje, een drinkflesje, een hooiruifje, het dagelijkse zandbadje en de bodem te bedekken met zaagsel of
(beuken) houtsnippers, zijn er nog andere benodigdheden waarvan een chinchillakooi moet worden voorzien. Zoals we al eerder vemeld hebben, is het belangrijk dat
er een slaaphuisje in de kooi geplaatst wordt. Hierin voelen de diertjes zich veilig en hebben ze geen last van tocht.chinchilla ’s vinden het prettig om lekker te kunnen rennen en springen in de kooi. Bevestig daarom zitplankjes en/of klimtakken in de kooi. Wanneer de kooi tenminste 1m hoog is, is het zowiezo belangrijk zitplankjes en/of klimtakken in de kooi te plaatsen. De diertjes zullen via deze zitplankjes en/of klimtakken naar beneden gaan in plaats van een grote hoogte direct naar beneden te springen en hierbij de kans oplopen dat de diertjes iets zullen breken. Let er bij het plaatsen van klimtakken op, dat deze takken van onbehandelde en niet bespoten beuken-, wilgen-, sparre- of fruitbomen komen. Alleen deze bomen zijn niet giftig voor chinchilla ’s. Voor het goed en gezond houden van de tandjes (en tevens binnen krijgen van calcium), is het raadzaam een knaagsteen in de kooi te leggen. Chinchilla ’s zijn echte knagers en zullen deze knaagsteen ook als een speeltje zien! Over speeltjes gesproken.. chinchilla ’s zijn nieuwsgierige beestjes, ze vinden echt alles interessant en zetten overal hun tanden in. Behalve de gezonde knaagsteen of een gedroogd wilgentakje kun je nog andere speeltjes in de kooi leggen of monteren. Je kan het zo gek niet maken, loopwielen, hangmatjes, buizen, maar ook met af en toe een leeg wc-rolletje of een stukje karton zonder opdruk kunnen chinchilla ’s zich uren bezig houden. Plastic speeltjes zijn uit den boze. Wanneer chinchilla ’s hieraan knagen, kunnen plastic splinters vrijkomen en deze zijn levensgevaarlijk bij het inslikken ervan! De verzorging van chinchilla ’s
Omdat chinchilla ’s nachtdieren zijn, is het het beste om je chinchilla ’s tegen de avond of ’s avonds te verzorgen. Bovendien kun je dan tijdens de verzorging optimaal genieten van de speelse buien van je diertjes! Bij de dagelijkse verzorging van chinchilla ’s hoort vers drinkwater, een voerbakje pellets, een plukje hooi en een zandbadje. Drinkwater
In verband met het omver lopen van een bakje water is het beter een flesje te gebruiken, welke je aan de zij- of voorkant van de kooi bevestigt op een goede drinkhoogte (stahoogte). Het is belangrijk het drinkwater zeker om de dag (het liefst elke dag) te verversen, omdat zich anders bacteriën in het water gaan nestelen die schadelijk zijn voor chinchilla ’s. Daarom is het ook heel belangrijk het tuitje van het flesje waar ze uit drinken goed schoon te houden met een borsteltje. Enkel afwassen of een rondje in de vaatwasser is niet genoeg, omdat de druk van het water niet voldoende zal zijn eventueel hardnekkig vuil te verwijderen. Borsteltjes zijn te koop bij de dierenwinkel of een tabakszaak waar ze deze ook verkopen voor het schoonhouden van bijvoorbeeld een pijp.
Voer en hooi
Er zijn speciale chinchilla-pellets te koop in de handel (niet gemengd voer). Omdat het bepaalde vitaminen mist die chinchilla ’s nodig hebben voor een goede gezondheid, is voer voor konijnen of andere knaagdieren absoluut ongeschikt. De hoeveelheid pellets hangt van het beestje af, de één eet wat meer als de ander. Wees niet bang dat je je chinchilla ’s vet voert; wij hebben inmiddels de nodige ervaring om te weten dat chinchilla ’s nooit meer zullen eten dan dat ze nodig hebben. Ze stoppen zodra hun buikje vol zit. Het beste is om het voerbakje gewoon te vullen. Is het voerbakje de volgende dag nog niet leeg, dan geef je de keer daarop gewoon iets minder. Een plukje hooi mag niet vergeten worden, dit zorgt er namelijk voor dat het darmstelsel van je chinchilla ’s gevuld blijft, waardoor je chinchilla ’s minder snel last krijgen van diarree. Daarnaast is hooi erg belangrijk voor het goed en gezond houden van het gebit. Door het eten van hooi schuiven de kiesjes over elkaar (maalbeweging) waardoor haken voorkomen worden. Geef je chins daarom iedere dag - of in ieder geval om de dag - hooi!
Snoepgoed
chinchilla ’s zijn verzot op lekkernijen. Wat wij zelf doen, is onze chinchilla ’s tijdens de dagelijkse verzorging een paar snoepjes uit de hand te laten eten. Hierdoor win je tegelijkertijd vertrouwen bij de diertjes. Wat je ook kunt doen, is het snoepgoed door de pellets heen mengen, waarbij je dan het voerbakje voor 95% vult met pellets en 5% snoepgoed (niet al teveel dus!). Hierdoor voorkom je dat je chinchilla ’s niet alleen de lekkernijen opeten, maar ook de voor hun zo gezonde pellets (al zullen ze wel als eerste het snoepgoed er tussenuit halen!). Als snoepjes kun je gedroogde vijgen, een stukje appel, radijsjes, gedroogde wilgentakjes, johannesbrood of gedroogde brandnetel en/of distel geven. LET GOED OP: snoepgoed die voor konijnen een gezonde lekkernij zijn, kunnen voor chinchilla ’s echt giftig zijn! Zoals bijvoorbeeld: rhododendrontakken, eikeschors, etc.
Zandbadje
Het zandbadje is belangrijk voor de vacht van je chinchilla ’s. Chinchillazand is eveneens verkrijgbaar bij een dierenwinkel. Let wel op dat je geen schelpenzand neemt, hierin zitten scherpe stukjes wat lelijk kan snijden in de huid van je chinchilla ’s! Zelf voegen wij eens per week een kwart theelepel schimmelpoeder toe aan het zandbadje. chinchilla ’s zijn gevoelige diertjes en er kunnen zich al snel schimmelaandoeningen vormen op hun huidje. Voorkomen is beter als genezen! Nadat onze chinchilla ’s een uurtje gebadderd hebben, halen we de badjes uit de kooi. Eenmaal per week (of wanneer de badjes te vies zijn geworden) vervangen we het zand voor nieuw zand.
Wanneer je meerdere groepjes chinchilla ’s hebt en dus meerdere zandbadjes, zeef het zand dan niet schoon tussendoor. Zeker wanneer je na het zeven van een zandbadje je zeef niet steriliseert, vraag je om grote problemen. Het zeven van zand is namelijk één van de gemakkelijkste manieren om bacteriën en/of schimmel te verspreiden onder je diertjes! Gooi het zand daarom gewoon weg wanneer het te vies is geworden. Knaagsteen
De tandjes van een chinchilla groeien voortdurend. Voor het goed en gezond houden van de tandjes (en tevens binnen krijgen van calcium) is het raadzaam een knaagsteen in de kooi te leggen. chinchilla ’s zijn echte knagers en zullen deze knaagsteen ook als een speeltje zien! Als de knaagsteen er na verloop van tijd vies uitziet, kun je het vuil eraf schrapen met bijvoorbeeld een gereedsschapsvijl. Omdat chinchilla ’s flink knagen aan de steen, zal deze op den duur een ronde vorm aannemen. Wij slaan de stenen regelmatig in stukken met een hamer, zodat er weer scherpe kantjes aanzitten waar de diertjes gek op zijn!Boomtakken
Naast dat chinchilla ’s dol zijn op boomtakken, leveren takken ook een bijdrage aan de gezondheid van de chinchilla. Sommige boomtakken bevatten namelijk een voedingswaarde en boomtakken zijn belangrijk voor het goed en gezond houden van het gebit. Voor wat betreft het gebit wordt beweerd dat het hout erg hard moet zijn om de tanden te doen slijten. Dit is echter een fabeltje! Het is namelijk niet alleen zo dat het knagen op hard materiaal de tanden slijt, maar ook het knagen zelf (op wat dan ook) zorgt er voor dat de tanden kort gehouden worden. Tijdens het knaagproces wrijven namelijk de bovenste snijtanden op de onderste en deze wrijving zorgt er eveneens voor dat het gebit goed en gezond blijft. Dus door het simpel knagen op hooi, houden chinchilla ’s ook hun tanden kort. Hooi is dus niet alleen belangrijk om de darmflora op peil te houden, maar het is dus ook heel belangrijk voor de gezondheid van het gebit! Hout kan ook van nut zijn om de nagels scherp te houden en kan eveneens dienen als schuilplaats. Twijfel daarom niet om de kooi een jungle-achtige inrichting te geven. Echter, niet alle houtsoorten zijn geschikt voor chinchilla ’s. SOMMIGE HOUTSOORTEN ZIJN ZELFS UITERST GIFTIG! Daarnaast is het van belang dat het hout niet behandeld is. Hieronder volgt een lijstje welk hout nu wel en welk hout nu niet gebruikt mag worden in de kooi:
Speelgoed in de kooi
Wij kunnen ons geen nieuwsgieriger beestje voorstellen dan de chinchilla, ze vinden echt alles interessant en zetten overal hun tanden in! Behalve een gezonde knaagsteen of een gedroogd wilgentakje kun je nog andere speeltjes in de kooi leggen of monteren. Je kan het zo gek niet maken, loopwielen, hangmatjes, buizen, maar ook met af en toe een leeg wc-rolletje of een stukje karton kunnen chinchilla ’s zich uren bezig houden. Zorg wel dat het karton vrij is van opdrukken, zodat je chinchilla ’s geen giftige inktsoorten binnen krijgen! Plastic speeltjes zijn uit den boze!!
Verschonen van de kooi
Als laatste moet de kooi verschoond worden, dit moet eenmaal per week gedaan worden. Zorg dat je een apart kooitje hebt waar je je chinchilla ’s even in kunt zetten voordat je aan de slag gaat. Of laat de diertjes even los lopen (wees er wel zeker van dat de ruimte waarin je het diertje vrij laat "chinveilig" is). Verwijder de oude bodembedekking, maak de kooi volledig schoon met een vochtige doek en vul de bodem opnieuw met bodembedekking (zelf gebruiken wij houtvezel). Verder moeten de voerbakjes, zandbakjes en drinkflesjes minimaal eenmaal per week afgewassen worden (waarbij je dan een borsteltje door het tuitje van het drinkensflesje haalt). Eventueel nog een goede tip: wanneer zich een beetje kalk heeft gevormd in de (glazen) tuitje van het drinkflesje, kun je hier een beetje badzand in doen en dan flink schudden. Uitspoelen met water en het tuitje is weer helemaal kalkvrij!Hanteren van chinchilla ’s
Wanneer je chinchilla ’s in huis hebt gehaald, is het belangrijk ze eerst een paar dagen te laten wennen aan hun nieuwe kooi, omgeving en hun nieuwe baasje. Ga ze niet meteen oppakken, maar probeer eerst rustig het vertrouwen te winnen van de diertjes. Laat ze merken dat je het goed met ze voor hebt en dat jij de persoon bent die ze liefdevol en met respect zal gaan verzorgen. chinchilla ’s houden er in de regel niet van om constant aangehaald of opgepakt te worden; op drukke, hypernerveuze baasjes en grijpgrage handen zitten ze dan ook niet te wachten. Geef ze de eerste dagen zo min mogelijk aandacht en voorzie hen enkel van pellets, hooi, drinkwater en een zandbadje. Benader hierbij de kooi voorzichtig en praat rustig tegen de diertjes, zonder ze te aaien. Om te voorkomen dat je chinchilla ’s schuw worden, is dit echt de beste manier. Immers, ook voor chinchilla ’s geldt: de eerste indruk van de persoon die ze voor zich hebben, telt! Een goede benadering is dan ook het halve werk. Zodra de chinchilla ’s een beetje tot rust zijn gekomen en een beetje hebben kunnen wennen aan hun nieuwe omgeving, kun je langzaamaan beginnen met het winnen van hun vertouwen. Kijk hoe de diertjes reageren zodra je de kooi opendoet. Duiken ze gelijk weg in hun huisje of rennen ze meteen als gekken door hun kooi, blijf dan enkel rustig tegen ze praten zonder ze daarbij te aaien en zeker niet op te pakken. Blijven de chinchilla ’s rustig zitten en kijken ze je nieuwsgierig aan, kun je voorzichtig je hand uitsteken om de diertjes te aaien. Wat ook goed helpt voor het winnen van hun vertrouwen, is de chinchilla ’s af en toe een snoepje (rozijntje bijvoorbeeld) te geven. Om te voorkomen dat chinchilla ’s handen enkel associëren met oppakken, merken ze op deze manier dat handen ook best leuk kunnen zijn! Bouw dit proces op, je zult zien dat ze uiteindelijk uit zichzelf naar je toekomen en zelfs via je armen naar je schouders klimmen! Zodra dit allemaal goed gaat, zijn de chinchilla ’s volledig gewend aan hun baasje en is het een teken dat je hun vertrouwen voor zeker 50% gewonnen hebt. Nu kun je proberen ze voorzichtig te gaan oppakken. Breng hiervoor je handen langs het lijfje onder de achterpoten van de chinchilla, zodat je handen als het ware een kommetje vormen. In het begin zal het diertje waarschijnlijk verschrikt reageren en er zelfs vandoor gaan. Neem de tijd, blijf niet op één avond doordrammen. Wanneer het de ene avond niet lukt, probeer het dan de andere avond opnieuw. Zodra chinchilla ’s je handen volledig accepteren en merken dat deze handen voorzichtig met ze omgaan, zullen ze uiteindelijk automatisch op je handen stappen. Deze manier van optillen achten wij zelf als de beste en veiligste manier. Immers, zodra de chinchilla ergens van schrikt, kan hij/zij niet uit je handen loskomen en zich dan ook niet bezeren. Je zult misschien weleens gezien of gelezen hebben dat een chinchilla met de ene hand aan de staartaanzet wordt opgetild en dat met de andere hand het lijfje wordt ondersteund. Dit zou volgens velen de beste manier van oppakken zijn. Echter dit is absoluut niet het geval en is zelfs zeer pijnlijk voor de chinchilla! Deze manier van oppakken wordt gehanteerd door fokkers die chinchilla ’s houden voor de bontindustrie. Op deze wijze wordt de vacht van de chinchilla niet beschadigd en levert het bij de verkoop van de vacht meer geld op. Omdat wij chinchilla ’s houden vanwege het karakter van de diertjes, vinden wij het niet noodzakelijk om de diertjes bij de staartaanzet op te tillen. Ook is het zeer schadelijk voor een chinchilla wanneer hij/zij aan de staartaanzet wordt opgetild. De vacht mag dan wel mooi blijven, maar de staart van de chinchilla heeft behoorlijk veel te lijden. Een chinchilla die deze manier van oppakken niet gewend is, zal alle mogelijke bewegingen maken om vrij te komen. Hierdoor kan de staart scheef gaan groeien en zelfs breken! Ook tijdens de geboorte kan de staart van een chinchilla breken. Wanneer de bevalling gecompliceerd verloopt en de moeder op alle mogelijke manieren haar jong naar buiten probeert te trekken, bestaat de kans bestaat dat de staart van het jong breekt. Indien een chinchilla ooit zijn staart gebroken heeft, zul je bij de staartaanzet een knobbeltje voelen. Wanneer je je chinchilla ’s eenmaal hebt opgetild, is het belangrijk om de diertjes niet al te stevig tegen je aangedrukt te houden. Dit geeft een benauwend gevoel en zodra ze kans zien, zullen ze uit je handen springen. chinchilla ’s voelen zich meer op hun gemak wanneer je ze bijvoorbeeld los op de armen of schouder laat zitten. Let er in ieder geval op, dat je de chinchilla ’s vasthoudt in een ruimte waar ze zich niet kunnen bezeren. chinchilla ’s zijn schrikachtige diertjes en wanneer de schrik zo groot is dat ze in paniek raken, zullen ze niet eerst rustig kijken waar ze naar toe zullen gaan springen ... De genetica bij chinchilla ’s
Wij zijn van mening dat de mooiste mutatie chinchilla ’s gefokt worden met de Standaard. Echter de kans om de gewenste mutatie te krijgen is hierbij niet altijd even hoog dan dat er twee mutatie chinchilla ’s gekruist worden. Dit heeft te maken met de recessieve en dominante genetica van de chinchilla en of het homozygote en/of heterozygote diertjes zijn. Recessief
chinchilla ’s die recessieve genen bij zich dragen, zijn de: Violet, Charcoal (Char-Ebony) en Saffier. Recessief wil zeggen dat deze drie mutatie chinchilla ’s twee dezelfde genen bij zich dragen, zodat hun mutatiekleur enkel doorgefokt kan worden wanneer het diertje gekruist wordt met een chinchilla die ook tenminste één van deze recessieve genen draagt. Indien een recessieve chinchilla verpaard wordt met een Standaard, zullen de nakomelingen altijd Standaard zijn; deze nakomelingen dragen dan wel één van de twee recessieve genen. Dit is misschien makkelijker uit te leggen aan de hand van een voorbeeld. Wanneer bijvoorbeeld een Violet met een Standaard wordt verpaard, zullen de nakomelingen nooit Violet zijn. Uit deze verparing zullen enkel Standaard babies geboren worden. Echter, doordat één van de twee recessieve Violet-genen wordt doorgegeven aan de nakomelingen, zullen de babies wel het Violet-gen onzichtbaar bij zich dragen. Wanneer deze Standaard nakomelingen dan verpaard worden met een Violet, kunnen er voor 50% Violet babies geboren worden (en 50% Standaard babies die het Violet-gen met zich meedragen).Wanneer een chinchilla één recessief gen bij zich draagt, is dit gen onzichtbaar (bv. een Standaard Violet-genendrager) en wanneer een chinchilla twee dezelfde recessieve genen bij zich draagt, zijn deze genen zichtbaar (bv. een Violet). Het is zelfs mogelijk om bijvoorbeeld een Violet te kweken uit twee Standaard chinchilla ’s die beiden het Violet-gen met zich meedragen. Het dragende Violet-gen wordt hierbij dan geërfd van beide ouders. Het percentage hierbij is echter niet al te groot ten opzichte van andere mogelijke verparingen. De enige verparing waarbij je zeker weet dat de nakomelingen Violet zullen zijn, is een Violet kruisen met een Violet. Dit geeft namelijk 100% Violet babies, echter deze diertjes kunnen minder van kwaliteit zijn.
Bovenstaand verhaaltje geldt ook voor de Charcoal en de Saffier, waarbij je dan Violet vervangt voor één van deze twee mutatiekleuren. Dominant
Dominant wil zeggen dat de Standaard of mutatie chinchilla ’s verschillende genen bij zich dragen, zodat naast Standaard (genendrager) nakomelingen ook diverse mutatie chinchilla babies geboren kunnen worden. De dominante kleuren zijn: Wit, Beige, Black Velvet en Ebony (waarbij over Ebony later in dit verhaal een extra toelichting wordt gegeven). Wanneer je bijvoorbeeld een Black Velvet kruist met een Standaard, kunnen de nakomelingen Black Velvet (50%) en/of Standaard (50%) zijn. Indien het dominante Black Velvet-gen wordt doorgegeven, is deze dus direct zichtbaar bij de nakomelingen. Dit dus in tegenstelling tot een doorgegeven recessieve gen, welke niet zichtbaar is bij de nakomelingen. Wanneer een Standaard chinchilla gekruist wordt met een dominante chinchilla (ongeacht de kleur), is er altijd kans op Standaard nakomelingen. Je kunt dus eigenlijk zeggen dat elke mutatie chinchilla het Standaard-gen bij zich draagt. Er is hierbij echter dan één uitzondering: de Homo Beige chinchilla (ook wel Blond genoemd). Bij de verparing tussen een Standaard chinchilla en een Homo Beige chinchilla, zullen de nakomelingen 100% Hetero Beige zijn. Ook wanneer een Homo Beige verpaard wordt met een andere mutatie chinchilla zullen de nakomelingen nooit Standaard zijn.Heterozygote en homozygote
Naast de dominante en recessieve genetica hebben we tijdens het fokproces ook te maken met heterozygote en homozygote. Een heterozygote is een Standaard of mutatie chinchilla die tenminste twee verschillende genen draagt, tenminste één van elke ouder (welke dus niet hetzelfde zijn). Simpeler uitgelegd: Standaards die geboren zijn uit Standaard en een mutatiechinchilla zijn heterozygote (ze dragen tenminste twee verschillende genen: een Standaard-gen en een mutatie-gen = een Standaard genendrager). Een chinchilla wordt homozygote genoemd wanneer het diertje twee dezelfde genen bij zich draagt (hetzelfde gen geërfd van beide ouders). Hier ook eenvoudiger uitgelegd: Standaards die geboren zijn uit twee Standaard ouders zijn homozygote (ze dragen hetzelfde Standaard-gen van beide ouders). Hierbij valt je misschien op dat homozygote zo'n beetje hetzelfde inhoudt als recessief... Dat klopt, alle recessieve chinchilla ’s zijn dan ook homozygote!
Naast de recessieve kleuren zijn ook de Ebony en de Blond homozygote. Homozygote chinchilla ’s hebben, net als recessieve chinchilla ’s, altijd een genendrager nodig om hun eigen kleur volledig door te kunnen fokken. Om bijvoorbeeld een Homo Beige (= Blond) te kunnen kweken, dient deze verpaard te worden met een chinchilla die tenminste één Beige-gen draagt. Indien de Blonde verpaard wordt met een Standaard of andere mutatie chinchilla die niet het Beige-gen draagt, zullen er nooit Blonde babies geboren worden. De nakomelingen moeten immers hetzelfde gen van beide ouders erven om twee dezelfde genen te kunnen hebben. Dit verhaaltje geldt ook voor de Homo Ebony, waarbij je dan Blond vervangt voor Homo Ebony. Hetero Ebony dominant of recessief?
Sommige fokkers beweren sterk dat de Hetero Ebony dominant is en anderen zijn weer vasthoudend in hun mening dat de Hetero Ebony recessief is. Allebei is waar, echter het is meer correct om te zeggen dat Ebony "een reeks van genen is die een grauwe buik produceren" in plaats van dat de Hetero Ebony een mutatie is met een "Ebony-gen". Er zijn tenminste zeven verschillende mutatie chinchilla ’s die sinds medio 1900 geregistreerd staan als "rondom grijs/zwart gekleurd" bij de MCBA (= Mutation Chinchilla Breeders Association - USA). Drie van deze mutaties staan geregistreerd als dominant en vier als recessief. Het is niet bewezen dat al deze zeven mutaties verschillend en onverwant zijn. Zeker de recessieve mutaties verschenen gelijktijdig bij verschillende fokkers. Eén van de eerste rondom grijze tot zwarte mutaties die verscheen, was de Charcoal (in 1962). Van deze Charcoals werd aangenomen dat ze recessief waren en heterozygote (dus niet recessief homozygote zoals de Charcoal van vandaag de dag). Heterozygote, omdat deze Charcoals niet rondom zwart van kleur waren, maar eerder blauw-bruin met eenzelfde kleur buik. Later (vanaf 1964) werden rondom grijze tot zwarte mutaties met Ebony-genen gekweekt en ten minste één van deze mutaties was dominant. De eerste homozygote Charcoal is gekweekt in 1970.De Hetero Ebony wordt vaak verward met een Charcoal en andersom. Echter ten aanzien van de genetica is er vandaag de dag dus een verschil tussen deze twee mutatiekleuren. De Charcoal van nu is recessief (heeft een Charcoal-genendrager nodig om zijn eigen kleur zichtbaar door te kunnen fokken) en homozygote (draagt enkel Charcoal-genen), terwijl de Hetero Ebony dominant is (geeft een gen door die direct zichtbaar is bij de nakomelingen) en heterozygote (draagt verschillende genen). Nog een verschil is, dat de Hetero Ebony rondom grijs tot zwart gekleurd is en de Charcoal rondom bruin tot zwart, waarbij de zwarte mutaties een bruine gloed hebben. Echter omdat de allereerste rondom grijze/zwarte mutatie chinchilla geregistreerd staat als Charcoal, valt dus eigenlijk te concluderen dat de Ebony in principe gekweekt is over Charcoal-genen. Vandaar dat in sommige kleurenschema ’s het dominante Ebony-gen vervangen door het recessieve Charcoal-gen. Echter in de meeste kleurenschema ’s wordt het Ebony-gen toebedeeld aan de dominante kleuren en het Charcoal-gen aan de recessieve kleuren.
De zeven verschillende mutaties die geregistreerd staan bij de MCBA:
Homo Ebony
Omdat de Ebony-genen niet voor 100% zichtbaar wordt doorgegeven aan de nakomelingen wanneer de Homo Ebony verpaard wordt met een Ebony-genendrager (echter voor ongeveer 98,75%), kan de Homo Ebony zowel niet bij de dominante kleuren als bij de recessieve kleuren ingedeeld worden. De Homo Ebony wordt daarom cumulatief recessief genoemd, wat onvolkomen dominant betekent. Recessief, omdat ze een genendrager nodig hebben om hun eigen kleur (Homo Ebony) door te kunnen fokken én hierbij voor 98,75% het Ebony-gen zichtbaar doorgeven (en 1,25% onzichtbaar), echter cumulatief, omdat het Ebony-gen dus net niet 100% zichtbaar wordt doorgefokt. Vandaar ook de betekenis onvolkomen dominant. Wanneer je een Homo Ebony kruist met een Standaard, bestaat de kans op nakomelingen: 98,75% Hetero Ebony en 1,25% Standaard Ebony-genendrager. De Hetero Ebonies zijn hierbij rondom grijs tot zwart van kleur (Ebony-gen is dus duidelijk zichtbaar) en de Standaard Ebony-genendragers hebben een witte buik (bij deze nakomelingen is het Ebony-gen dus niet zichtbaar). De Standaards met witte buikjes dragen het Ebony-gen wel, waardoor ze genetisch toch Hetero Ebony zijn. Er zullen echter geen Homo Ebony nakomelingen geboren worden uit deze verparing (qua kleur misschien wel, rondom pikzwart, maar genetisch dus niet), wat dus aangeeft dat de Homo Ebony een Ebony-genendrager nodig heeft om zijn eigen kleur volledig door te kunnen fokken.Wanneer twee homozygote mutatie chinchilla ’s gekruist worden, wordt de eigen kleur voor 100% doorgefokt. Echter hier dus de uitzondering: wanneer twee Homo Ebonies gekruist worden, wordt de eigen kleur niet voor 100% doorgefokt. Uit deze verparing zullen plus minus 61,75% Homo Ebony nakomelingen geboren worden, 37% Hetero Ebony en 1,25% Standaard Ebony-genendragers. Wanneer je een homo Ebony kruist met bijvoorbeeld een hetero Beige, is de kans groot dat uit deze verparing Pastel Ebony en/of Bruin Ebony nakomelingen geboren worden. Het Ebony-gen is dan zichtbaar, omdat de nakomelingen geen witte buikjes hebben en/of rondom dezelfde kleur hebben; het Beige-gen zorgt ervoor dat de diertjes licht- tot donkerbruin gekleurd zijn.
Tot slot
Bij het fokken moet ook rekening gehouden worden met de voorlijnen van de chinchilla. Nakomelingen kunnen genen bezitten van directe familie van wel drie of meer generaties terug! Zo zijn er voor wat betreft kleurmutaties diverse fokschema ’s te vinden op internet, echter hier is geen rekening gehouden met de mutatiekleuren van de ouders, grootouders, etc. Maar globaal geeft zo'n schema wel aan welke kleur de nakomelingen van jouw chinchilla ’s kunnen hebben, dus het is altijd leuk zo'n schema bij de hand te houden. De genetica van de chinchilla is een vrij ingewikkelde materie, het is daarom ook heel moeilijk hier een goede en duidelijke uitleg over te geven. Toch hopen we dat we met dit verhaaltje een beetje duidelijkheid hebben kunnen brengen over de genetica van de chinchilla.Bronnen: chinchilla ’s.com (www.chinchilla ’s.com) Mutation Chinchilla Breeders Association (www.mutationchinchilla ’s.com) Koppelen van chinchilla ’s
chinchilla ’s zijn echte sociale dieren. Een chinchilla alleen houden is dan ook niet verantwoord in onze ogen. Het diertje zal sterk vereenzamen, waardoor hij sloom en lusteloos wordt of andere gedragsstoornissen zal gaan vertonen. Jonge chinchilla ’s die samen in een verblijf worden gezet kunnen hun leven lang bij elkaar blijven zonder enige problemen. Bij oudere dieren is dit meestal lastiger, al is het niet altijd een probleem om oudere dieren rustig aan elkaars aanwezigheid te laten wennen. Zowel voor het bij elkaar zetten van twee bokjes als twee vrouwtjes geldt dat, als de dieren nog niet gelachtsrijp zijn (bokjes tot een leeftijd van 4 - 6 maanden en vrouwtjes tot een leeftijd van 6 - 8 maanden), ze elkaar meestal direct zullen accepteren. Zo zal het eveneens minder een probleem zijn als een jong dier bij één of meerdere volwassen dieren geplaatst wordt. Echter uitzonderingen daargelaten. chinchilla ’s blijven eigenzinnige diertjes met een eigen karakter, blijf er daarom in het begin altijd bij wanneer je vreemde chinchilla ’s bij elkaar zet, welke leeftijd ze ook hebben! Voor het bij elkaar zetten van twee volwassen dieren moet rekening gehouden worden met een (lange) periode van gewenning, waarbij de kans op mislukken aanwezig is. De hierna volgende methoden achten wij als de veiligste methoden wanneer je twee chinchilla ’s aan elkaar wilt laten wennen. Gebruik van konijnenkooien
Laat de chinchilla ’s ieder in hun eigen kooi en zet de kooien naast elkaar, zodat ze elkaar kunnen zien en ruiken (wanneer je je chinchilla ’s in kooien houdt waarvan de zijwanden dicht zijn, kun je bijvoorbeeld twee konijnenkooien gebruiken). Zet de kooien zo naast elkaar, dat de dieren elkaar net kunnen aanraken met hun neusje. Dus niet pal tegen elkaar aan, om eventuele verwondingen aan de pootjes en neusjes te voorkomen. Wanneer je denkt dat het klikt, zet dan de kooien tegen elkaar aan. Kijk dit een aantal dagen aan en als je denkt dat het wel goed zit tussen de twee dieren, laat ze dan tegelijkertijd los in een voor hun allebei onbekende ruimte of grote kooi. Het beste kun je dit ’s morgens of ’s middags doen, wanneer de dieren normaal slapen en dus eigenlijk te loom zijn voor een eventuele vechtpartij. Blijf erbij zitten en volg hun gedrag. Wanneer de diertjes elkaar op het eerste zicht niets doen, ga er dan niet van uit dat het in orde is en blijf toezicht houden. Laat de dieren onder geen beding alleen! Weet dat chinchilla ’s nieuwsgierige diertjes zijn en dus eerst interesse zullen tonen voor de nieuwe ruimte. Wanneer je de ruimte verlaat, zet de dieren dan eerst terug in hun eigen (konijnen) kooi, die inmiddels tegen elkaar aanstaan.Zet de chinchilla ’s de volgende dag weer bij elkaar in de grote kooi en blijf er weer bij. Omdat ze de kooi al een beetje kennen, zullen ze nu meer oog voor elkaar hebben. Nu is het echt afwachten. Omdat ze inmiddels al een paar nachten "neus aan neus" hebben gezeten, zijn ze ook niet helemaal vreemd van elkaar. Wanneer je het vermoeden hebt dat het niet zal klikken tussen de twee, probeer ze dan tijdig uit elkaar te halen, nog vóór de dieren de kans krijgen elkaar eventueel aan te vallen. Zet de dieren weer terug in hun eigen (konijnen) kooi en probeer het de volgende dag weer. Blijf deze methode toepassen totdat de chinchilla ’s elkaar accepteren. Vertrouw het pas als de dieren uiteindelijk tegen elkaar aangedrukt zitten. Het is verstandig dan nog regelmatig even te gaan kijken bij de dieren. Gebruik van wenkooitjes
Wat ook een mogelijkheid is, om in plaats van konijnenkooien te gebruiken, de dieren aan elkaar te laten wennen middels zogenoemde wenkooitjes. Hierbij zet je de twee chinchilla ’s meteen uit in een voor hun allebei vreemde kooi en volg je hun gedrag. Degene waarvan blijkt dat hij of zij de ander niet meteen zal accepteren, zet je in een wenkooitje in de grote kooi. Vergeet hierbij niet het wenkooitje te voorzien van eten en drinken voor de chinchilla! De volgende morgen of middag kan het deurtje van het wenkooitje worden opengezet. Laat in ieder geval het wenkooitje nog even in de kooi, zodat het eventueel nog als toevluchtsoord kan dienen. Indien er toch een vechtpartij volgt, dient degene die aanvalt "gestraft" te worden en dus in het kleine kooitje gezet te worden. Wanneer het wel in één keer klikt tussen de twee, is het verstandig één van de twee dieren ’s nachts toch in een wenkooitje te zetten in de grote kooi, zodat je er zeker van kunt zijn dat je de volgende morgen geen ernstig verwonde, of in het ergste geval dode, chinchilla aantreft. Wij zelf maken veel gebruik van deze methoden (zowel met konijnenkooien als met wenkooitjes) en hebben tot nu toe alleen maar goede ervaringen hiermee!Het wennen van een vrouwtje bij een bestaand koppeltje
Bij het koppelen van een vrouwtje aan een bestaand koppeltje zullen het mannetje en het nieuwe vrouwtje elkaar eerder accepteren dan de vrouwtjes elkaar zullen accepteren. Bij deze koppeling kun je dan ook de meeste problemen verwachten tussen de vrouwtjes. Het beste kun je hierbij als volgt te werk gaan: omdat bij een nieuwe kooi de diertjes meestal eerst de omgeving gaan verkennen en daarna pas oog voor elkaar zullen hebben, kunnen de dieren alledrie tegelijkertijd in een voor alledrie vreemde kooi uitgezet worden. Zodra de verkenning van de nieuwe ruimte voorbij is, wacht dan de eerste ontmoeting tussen de dieren af. Zet bij de minste geringste onenigheid de vrouwtjes allebei klein in wenkooitjes en plaats deze wenkooitjes tegen elkaar aan in de grote kooi. Laat de bok vrij rond lopen. Om de teentjes van de bok te beschermen, is het verstandig een stenen dakje op de wenkooitjes te plaatsen (bv. een blok gasbeton). Laat de vrouwtjes een twee- tot drietal dagen zo zitten (waarbij de wenkooitjes natuurlijk voorzien zijn van eten en drinken!). Laat na een paar dagen de vrouwtjes los (de bok blijft eveneens in de kooi). Volg hun gedrag. Ook hier geldt, wanneer de diertjes elkaar op het eerste zicht niets lijken te doen, mag er niet van uitgegaan worden dat het in orde is. De dieren mogen onder geen beding alleen gelaten worden! Klikt het niet, zet dan de vrouwtjes direct weer in de wenkooitjes en laat ze opnieuw een paar dagen zo zitten (een dagje langer dan de eerste keer). Verleng deze methode (indien nodig) totdat de vrouwtjes maximaal 5 dagen achtereen in de wenkooitjes zitten.In 99% van de gevallen zal deze methode werken, echter klikt het na 5 dagen klein zitten nog niet tussen de dieren, adviseren wij om de koppeling voor gezien te houden. De dieren hebben inmiddels dan zo’n twee weken in wenkooitjes naast elkaar gezeten en genoeg de tijd gehad om aan elkaar te wennen. De karaktertjes van de dieren liggen blijkbaar zo uiteen dat ze elkaar gewoonweg niet zullen accepteren (of na een periode van elkaar mogen, elkaar alsnog in de haren vliegen). Lijkt het wel te klikken en zitten de dieren overdag tegen elkaar aangedrukt, zetten wij voor de zekerheid toch een van de vrouwtjes ’s nachts nog klein (degene die er als laatste bijgekomen is), zodat we zeker weten dat we geen kooi vol met losse haren en bloed aan zullen treffen de volgende morgen (of in het ergste geval een dode chinchilla)! Wanneer de dieren de tweede dag eveneens zonder problemen samen doorbrengen, laten wij ze ’s nachts ook samen los. Vormen van groepen
Het vormen van een grote groep chinchilla ’s is eigenlijk te mooi om waar te zijn. Het gewenningsproces om zo'n groep te vormen brengt in de meeste gevallen veel problemen met zich mee en het vereist veel energie van de dieren. De enige manier waarbij groepen vormen enigszins probleemloos zal verlopen, is een groepje jonge chinchilla ’s bij elkaar in één kooi zetten. Een tweede manier zou kunnen zijn, dat elke keer wanneer een jong dier geboren wordt, deze na acht weken toe te voegen aan een reeds bestaand groepje en het groepje op deze wijze uitbreiden. Jonge dieren worden ook door volwassen chinchilla ’s in de regel probleemloos opgenomen. Echter voordat je dan zo'n groep bij elkaar hebt, kun je maanden of zelfs jaren verder zijn. Om problemen en eventuele vechtpartijen te voorkomen, adviseren wij in ieder geval niet meer dan acht chinchilla ’s bij elkaar te zetten.Zet ook nooit meerdere bokjes bij één of meerdere vrouwtjes! Ook al zijn de bokjes eventueel gecastreerd, ze zullen met elkaar op de vuist gaan tot de dood er op volgt. Zelfs na het vrouwtje weer verwijderd te hebben, zal de verstandhouding behoorlijk verstoord zijn, waarbij het risico vrij groot is dat de bokjes elkaar niet meer accepteren. Wanneer je een groep van meerdere chinchilla ’s wilt hebben in één kooi, zou het nog het beste zijn om bij een grote fokker te gaan kijken die toevallig zo'n groep reeds bij elkaar heeft zitten, zodat je deze groep kan overnemen. De dieren zijn dan al gewend aan elkaar en je hoeft daardoor niet zelf een moeizaam en langdurig wenproces aan te gaan. Helaas kan het dan nog zo zijn, dat wanneer bij thuiskomst de dieren in één kooi geplaatst worden, de dieren met elkaar op de vuist gaan. Chinchilla ’s zijn stressgevoelige diertjes en wanneer ze in een nieuwe omgeving terechtkomen met nieuwe geluiden en nieuwe geurtjes kunnen gedragsveranderingen optreden, waardoor ineens vechtpartijen tussen de diertjes kunnen ontstaan. Dit geldt trouwens niet alleen voor groepen chinchilla ’s; wanneer bijvoorbeeld twee chinchilla ’s die al geruime tijd bij elkaar in een kooi zitten, in een andere omgeving geplaatst worden, kan het evenwicht tussen de twee zodanig verstoord worden, dat ze gescheiden moeten worden. Wanneer je een groep chinchilla ’s (gevormd) hebt en er worden jonge bokjes bokjes binnen deze groep geboren, is het belangrijk deze bokjes vanaf vier maanden uit de groep te verwijderen. Ten eerste omdat bokjes vanaf deze leeftijd geslachtsrijp kunnen zijn (en hierdoor hun moeder kunnen gaan dekken) en ten tweede is de kans groot dat er gevechten uit zullen breken tussen de broers en de vader. Dit probleem is echter, in tegenstelling tot hierboven omschreven situatie, geheel over als vader en zoon(s) gezamenlijk in een ander hok gezet worden.
Zet dus in geen geval zomaar volwassen chinchilla ’s bij elkaar in een kooi of laat ze niet zomaar in een ruimte samen loslopen. Probeer ook nooit zomaar een volwassen bok bij een volwassen vrouwtje in de kooi te zetten. Vrouwtjes zien een vreemde chinchilla in hun kooi meteen als indringer en zullen direct aanvallen! De kans is groot dat een vechtpartij zal volgen met alle gevolgen van dien! Fokken met chinchilla ’s
In het wild kregen chinchilla ’s maar één keer per jaar jongen, waarbij de vrouwtjes enkel in februari bronstig waren. De paringstijd vond dan in deze maand plaats en na een dracht van 111 tot 113 dagen werden de jongen in mei geboren. Meestal kwamen er dan één tot twee jongen ter wereld. Omdat chinchilla ’s nu geruime tijd (80 jaar) in gevangenschap worden gehouden, is hun voortplantingsgedrag volledig aangepast. Niet alleen zijn de vrouwtjes meerdere malen per jaar bronstig, het aantal jongen per worp varieert van één tot drie (soms vier of meer), met een gemiddelde van twee. Mannetje of vrouwtje?
Wanneer je besluit om met chinchilla ’s te gaan fokken, is het uiteraard belangrijk dat je het geslacht van de chinchilla kunt bepalen. Of de chinchilla een bokje
(mannetje) of vrouwtje is, is niet op het eerste zicht te zien. Om het geslacht te kunnen bepalen van een chinchilla, moet je de chinchilla grondig onder de staart
bekijken. Het geslachtsverschil is te zien aan de ruimte die tussen de anus en de geslachtsopening zit, de afstand is bij bokjes veel groter dan bij vrouwtjes.
Ondanks dat beiden op het eerste zicht op een bokje lijken, zit de geslachtsopening bij het vrouwtje tegen het "uitsteekseltje" aan (naar de anus toe) en bij het
bokje zit de geslachtsopening aan het uiteinde van het "uitsteekseltje". Wanneer je bij het bokje het "uitsteekseltje" voorzichtig naar beneden duwt (richting
zijn lichaam), komt zijn geslachtsdeel te voorschijn. Op deze manier kun je ook controleren of het bokje geen last heeft van een haarring. Indien een haarring
aanwezig is, moet je deze direct voorzichtig verwijderen.
De bronst
Een vrouwtje laat zich enkel dekken wanneer zij bronstig (paringsbereid en vruchtbaar) is. Op het moment dat een vrouwtje bronstig is, gaat haar schede openstaan en verspreidt zij een voor de bokjes doordringende geur, zodat de bokjes ruiken dat het vrouwtje bronstig is. Tevens verliest zij een zogenaamde bronstprop van 2 tot 3 cm lang, welke wasachtig aanvoelt en witgeel van kleur is. Na verloop van tijd wordt de bronstprop hard. Deze prop is in het zaagsel moeilijk terug te vinden en daarbij komt dat sommige bokjes de bronstprop opeten. De bronstperiode vindt maandelijks plaats en duurt drie tot vier dagen, waarbij de bronst dan soms een maand (of meerdere maanden) wordt overgeslagen.Vanaf een leeftijd van ongeveer 5 maanden is een vrouwtje voor het eerst bronstig, echter op deze leeftijd is zij nog te jong om gedekt te worden. Een vrouwtje zou niet gedekt mogen worden voordat ze de leeftijd heeft bereikt van tenminste 7 maanden. Wij adviseren een leeftijd van 9 à 10 maanden voordat een vrouwtje in de fok gezet wordt. Het is belangrijk dat een vrouwtje eerst zelf goed uitgroeit voordat ze jongen krijgt. Wanneer een vrouwtje jongen krijgt voordat ze zelf is uitgegroeid, kan zij apatisch reageren wanneer haar jongen geboren worden. Ze weet niet hoe ze ermee om moet gaan, omdat ze immers zelf nog een kind is, en bestaat de kans dat ze daardoor niet voor haar jongen zal zorgen. Wanneer een vrouwtje pas met de leeftijd van 12 maanden of ouder in de fok wordt gezet, is het mogelijk dat het langer kan duren voordat ze zwanger raakt. Het kan dan soms zelfs twee jaar duren voordat ze haar eerste nestje heeft. Wanneer er na twee jaar nog geen nestje is, is het mogelijk dat één van de twee diertjes onvruchtbaar is en - wanneer je toch heel graag een nestje wilt - raden wij aan om allebei de diertjes met een ander maatje te verparen. Bokjes kunnen reeds vruchtbaar zijn vanaf 4 maanden. Let op: houdt er rekening mee dat als een bokje reeds op jonge leeftijd dekt, de kans bestaat (is zelfs redelijk groot) dat hij niet veel tot helemaal niet meer zal groeien en dus klein blijft. De dekking
Omdat chinchilla ’s ’s avonds laat pas gaan opleven en weer gaan slapen in de vroege morgen, zal een paring over het algemeen ’s nachts plaatsvinden. Bij een paring zal het bokje het vrouwtje enige tijd achterna jagen. Tijdens het achterna jagen verliezen beide dieren ook de nodige plukjes haar. Wanneer je een dekking voor het eerst meemaakt, zul je in eerste instantie denken dat de diertjes ruzie hebben en elkaar elk moment flink in de haren kunnen vliegen. Echter dit hoort bij het paringsspel. Het verschil tussen een ruzie en een paringsspel is te herkennen aan het gedrag van het bokje en de uitdagende bewegingen van het vrouwtje. Tijdens het paringsspel maakt het bokje opgewonden geluidjes en tegelijkertijd maakt hij zwiepende bewegingen met zijn staart. Ondanks dat het vrouwtje regelmatig kwetterend op haar achterpoten gaat staan om het bokje een urinestraaltje te geven, is zij tijdens haar bronstperiode toch paringsbereid. Je zult ook zien dat wanneer een bokje stopt met achterna jagen, het vrouwtje hem uitdagend zal benaderen en met haar achterste naar hem toe gaat zitten met haar staart omhoog. Wat wij zelf nog niet duidelijk hebben kunnen zien, maar hebben gelezen op een andere site met waardevolle chinchilla-informatie, is dat het bokje tijdens het achterna jagen tevens met zijn kin langs allerlei voorwerpen in de kooi zal strijken. Onder zijn kin schijnt zich een klier te bevinden die een kleverige substantie afscheidt. Door met zijn kin langs voorwerpen te strijken, bakent het bokje zijn territorium af.Voor een succesvolle paring dienen verschillende paringen plaats te vinden (tenminste drie). Na de laatste dekking, zal het bokje een soort hikkend geluid maken om te laten weten dat de paring gelukt is. Echter het ultieme bewijs dat een paring heeft plaatsgevonden, is de zogenaamde dekprop, die het vrouwtje uitscheidt na de laatste dekking van de diverse paringen. Deze dekprop lijkt veel op de bronstprop met het enige verschil dat de dekprop ongeveer 2 cm langer is. Een dekprop is een wasachtige substantie (ejaculatie van het bokje) die een poosje in de opening van de vagina blijft zitten om de sperma van het bokje binnen te houden. Na een paar uurtjes verliest het vrouwtje de dekprop.
Let op: de dekprop is een bewijs dat een paring heeft plaatsgevonden, NIET direct dat het vrouwtje zwanger is. Kweekmethodes
Deze kweekmethode wordt vooral toegepast door grote chinchillafokkers. De kooitjes die hierbij gebruikt worden, hebben niet zo’n grote afmeting en zijn aan elkaar gevestigd (vier tot acht kooitjes). In elk kooitje zit een vrouwtje, voorzien van eten en drinken. Achter de rij kooitjes loopt een tunnel waar het bokje doorheen wandelt. De kooitjes en de tunnel zijn vervaardigd van verzinkt metaal. Het bokje kan via een opening tussen elk kooitje en de tunnel bij de vrouwtjes komen. Wanneer het bokje honger en dorst heeft, kan hij bij alle vrouwtjes terecht om te eten en drinken (meestal kiest het bokje echter één vrouwtje uit waarbij hij eet, drinkt en slaapt). De vrouwtjes hebben een hard plastic kraagje om, zodat zij niet uit hun kooitjes kunnen om de tunnel in te gaan en waardoor ze ook niet bij elkaar kunnen komen. Wanneer een vrouwtje zwanger blijkt te zijn, wordt de toegang tot haar kooitje gesloten, zodat het bokje niet meer bij haar kan. Indien een vrouwtje bevallen is, blijft haar schede tenminste nog 5 dagen openstaan, zodat zij gedurende deze dagen weer vruchtbaar is. Het ”deurtje” van haar kooitje kan weer worden geopend, zodat de toegang voor het bokje weer vrij is. Heel belangrijk is wel, dat er nu een huisje in het kooitje geplaatst wordt waarin de jongen zich kunnen verschuilen, zodat ze niet tijdens een eventuele dekking vertrapt worden door het bokje. Ondanks deze kweekmethode een praktische, hygiënische en tevens "goedkope" methode is - je hebt immers maar één bokje nodig die tenminste 4 vrouwtjes tegelijk kan dekken - gaat onze voorkeur niet uit naar deze kweekmethode. Naast dat het er dieronvriendelijk uitziet, hebben de dieren geen vast maatje en zijn ze niet makkelijk uit de kooien te nemen. Fokken in grote groepen is eigenlijk te mooi om waar te zijn. Een groep van minimaal vier en maximaal zes à acht chinchilla ’s in één grote kooi, wat kun je je als chinchillaliefhebber nog meer wensen? Echter deze kweekmethode kan helaas veel problemen met zich meebrengen en vereist daarom veel energie van de fokker én de dieren. De enige manier waarbij groepen vormen enigszins probleemloos zal verlopen, is een groepje jonge chinchilla ’s bij elkaar in één kooi zetten, waarvan één bokje en derest vrouwtjes (zet nooit meerdere bokjes bij één of meerdere vrouwtjes!). Ook is het mogelijk om elke keer wanneer een jong dier geboren wordt, deze na acht weken toe te voegen aan de groep. Jonge dieren worden ook door volwassen chinchilla ’s in de regel probleemloos opgenomen in de groep, maar toch moet rekening gehouden worden met een wenporces. Voordat je een grote groep bij elkaar hebt, kun je maanden of zelfs jaren verder zijn. Het bij elkaar zetten van volwassen chinchilla ’s zal veel moeizamer verlopen. De dieren zullen aan elkaar gewend moeten worden alvorens ze tegelijkertijd in één kooi uitgezet kunnen worden. Hierbij raden wij dan aan de dieren aan elkaar te laten wennen in een voor hun allemaal vreemde kooi. Laten we ervan uitgaan dat je een groep van zes chinchilla ’s wilt vormen, vijf vrouwtjes en één bokje. Je zou dan zes wenkooitjes tegen elkaar in een grote kooi kunnen plaatsen waar de dieren uiteindelijk gezamenlijk in komen te zitten. Echter dit is onbegonnen werk, het kan maanden duren voordat alle chinchilla ’s volledig aan elkaar gewend zijn. Je kunt er ook voor kiezen de groep te vormen door de volwassen dieren één voor één aan elkaar te laten wennen. Je begint dan met twee chinchilla ’s, één in de grote kooi en de ander in een wenkooitje in de grote kooi. Wanneer de dieren aan elkaar gewend zijn en samen los in de grote kooi zitten, zet je de volgende chinchilla in een wenkooitje in de grote kooi. Dit proces zou je dan moeten herhalen totdat de gewenste groep uiteindelijk gevormd is. Echter hoe meer chinchilla ’s er al los zitten in de grote kooi (inmiddels al een groepje vormend), des te moeilijker het wordt een volgende chinchilla toe te voegen. Hierdoor kan het maanden duren voordat de gewenste groep gevormd is. En dan is het nog maar de vraag of het zal blijven klikken tussen alle zes de dieren. Wanneer je een groep van meerdere chinchilla ’s wilt hebben in één kooi, zou het nog het beste zijn om bij een grote fokker te gaan kijken die toevallig zo'n groep reeds bij elkaar heeft zitten, zodat je deze groep kunt overnemen. De dieren zijn dan al gewend aan elkaar en je hoeft daardoor niet zelf een moeizaam en langdurig wenproces aan te gaan. Helaas kan het dan nog zo zijn, dat wanneer bij thuiskomst de dieren in één kooi geplaatst worden, de dieren met elkaar op de vuist gaan. chinchilla ’s zijn stressgevoelige diertjes en wanneer ze in een nieuwe omgeving terechtkomen met nieuwe geluiden en nieuwe geurtjes kunnen gedragsveranderingen optreden, waardoor ineens vechtpartijen tussen de diertjes kunnen ontstaan. Dit geldt trouwens niet alleen voor groepen chinchilla ’s; wanneer bijvoorbeeld twee chinchilla ’s die al geruime tijd bij elkaar in een kooi zitten, in een andere omgeving geplaatst worden, kan het evenwicht tussen de twee zodanig verstoord worden, dat ze gescheiden moeten worden. Dit is de kweekmethode die wij prefereren. De diertjes komen per twee (een bokje en een vrouwtje) of drie (een bokje en twee vrouwtjes) in een ruime kooi terecht, waarbij ze allemaal de ruimte hebben om zich vrij te kunnen bewegen en ze tegelijkertijd een maatje aan elkaar hebben. Met deze kweekmethode heb je de minste kans op vechtpartijen tussen de diertjes of hou je deze in ieder geval minimaal. Een nadeel van deze kweekmethode is, dat je in verband met kooiruimte minder chinchilla ’s kunt houden en het wat langer zal duren voordat je een nestje hebt. Wat wij hierbij ook meemaken is, dat sommige diertjes vriendjes voor het leven worden en pas na jaren of helemaal niet gaan fokken. Omdat wij genieten van onze chinchilla ’s, is deze kweekmethode voor ons toch de beste uitkomst. Ondanks dat het weleens moeilijk is om geen chinchilla ’s erbij te kunnen nemen in verband met kooiruimte, blijft het aantal chinchilla ’s bij ons "gering" en kunnen we alle diertjes probleemloos de nodige aandacht en verzorging geven. Nawoord
Het fokken van chinchilla ’s is een zeer interessante en leuke bezigheid, maar het is raadzaam eerst informatie hierover in te winnen. Fok niet met chinchilla ’s indien je niet op de hoogte bent van de mogelijke problemen rondom het fokken, de zwangerschap en de geboorte. Zorg ook dat je je chinchilla ’s kent alvorens je ermee gaat fokken. Zo is het bijvoorbeeld heel belangrijk om te weten dat, in verband met de lethale factor, Velvet chinchilla ’s en Witte chinchilla ’s onderling niet verpaard mogen worden. De nakomelingen uit twee Velvet chinchilla ’s of twee Witte chinchilla ’s zijn niet levensvatbaar (vaak sterft de vrucht al af in de baarmoeder of wordt vroegtijdig afgedreven) of de jongen die ter wereld komen zijn bijzonder zwak en zullen in de regel maar een paar uur of een paar dagen leven. Voor de duidelijkheid: een Velvet chinchilla mag wel met een Witte chinchilla verpaard worden (en andere mutaties buitenom chinchilla ’s die het Velvet gen bij zich dragen).Wanneer je denkt klaar te zijn voor het fokken met chinchilla ’s, wees dan vooral niet bang om aan de slag te gaan. Houd echter altijd in het oog dat je geniet van het gezelschap van je chinchilla ’s en dat je ze kweekt voor het plezier! Zwangerschap en geboorte bij chinchilla ’s
Een chinchilla vrouwtje die succesvol gedekt is, zal na gemiddeld 111 dagen bevallen van één of meerdere jongen. Hoe weet ik of de dekking is geslaagd en mijn chinchilla vrouwtje zwanger is?
Tijdens de eerste periode van de zwangerschap zul je niets zien en/of merken aan het vrouwtje. Het enige wat je eventueel kan opvallen, is dat het vrouwtje vanaf het begin van haar zwangerschap meer gaat eten en drinken. Pas vanaf de derde maand van de zwangerschap zullen de eerste tekenen goed zichtbaar zijn: de tepels van het vrouwtje nemen in omvang en lengte toe (en kleuren eveneens rood/roze) en haar gewicht schiet enorm omhoog. Ook kun je de jongen voelen door middel van je vingers onder het buikje van het vrouwtje te plaatsen. Wacht tot de jongen bewegen en beweeg dan lichtjes met je vingers van de ene zijde naar de andere zijde (nooit op de buik duwen!) totdat je een hard bolletje (een hoofdje), voelt. Halverwege de derde maand van de draagtijd kun je echt niet meer om de zwangerschap van het vrouwtje heen. Haar buikje is flink gegroeid en voelt behoorlijk strak aan. Vanaf deze periode draagt het vrouwtje de jongen meer "opzij", zodat eventueel "zichtbaar" wordt of het vrouwtje een meerling draagt. Tegen het einde van de zwangerschap ligt het vrouwtje regelmatig op haar zij of zit ze op de bodem van haar kooi. Tevens kan ze in deze laatste fase van haar zwangerschap lichte diarree (plakkeutels) hebben. Zodra het vrouwtje bevallen is, zullen haar keutels weer normaal zijn.
Het is mogelijk dat het vrouwtje gedurende haar zwangerschap wat kribbiger is tegen haar partner en haar baasje dan normaal, echter dit hoeft niet het geval te zijn. Wij zelf hebben de ervaring dat een zwanger vrouwtje juist aanhankelijker is naar ons toe, zeker wanneer het haar eerste zwangerschap betreft. Wanneer het vrouwtje haar partner van begin af aan constant aanvalt, is het verstandig hem tijdig apart te zetten alvorens het vrouwtje hem flink te grazen neemt en de kans op een vredig contact nooit meer mogelijk zal zijn tussen die twee. Later, na de bevalling en de minimale 8 weken zoogperiode van de jongen, kan het bokje eventueel middels een wenproces weer samen gezet worden met het vrouwtje (lees hierover meer onder het item Koppelen). Als laatste willen wij hierbij nog vermelden dat het raadzaam is om een extra knaagsteen in de kooi te leggen, daar een zwanger vrouwtje instinctief meer kalk dan normaal tot zich neemt ten behoeve van de ontwikkeling van de botten en tandjes van de jongen in haar buik. Zelf geven we aan zwangere en zogende vrouwtjes ook een afgestreken theelepeltje melkkorrels per dag (de eerste twee weken elke dag, daarna enkele keren per week: afbouwend totdat de jongen 8 weken oud zijn). De jongen zullen hier trouwens ook van eten, wat hun extra calcium en vitaminen geeft. Melkkorrels zijn voor zover wij weten niet verkrijgbaar in de dierenwinkel. Wij zelf schaffen ze aan via een grote fokker. De bevalling
Wanneer de bevalling gaat plaatsvinden, kiest het vrouwtje hiervoor een plek op de bodem of in een hoek van de kooi, zodat ze zich tijdens de bevalling veilig voelt en ze zo min mogelijk gestoord kan worden. Indien een huisje aanwezig is, zal het vrouwtje hierin gaan bevallen. Tijdens de weeën beweegt het vrouwtje zich voortdurend door de kooi, je kunt echt merken dat ze pijn heeft. Ze gaat gestrekt liggen, rechtop staan, draaien, weer liggen, etc. Ook maken de meeste vrouwtjes een geluid die erop wijst dat ze pijn hebben en gaan haar oren af en toe naar achteren staan. De weeën duren soms maar een half uur, maar enkele uren zijn niet uitgesloten. Wanneer het jong een stukje uit de schede steekt, buigt het vrouwtje zich naar voren en trekt ze met haar tanden het jong naar buiten. Ze likt haar jong direct droog, zodat deze geen kou vat. Het vrouwtje beschikt over zes tepeltjes (borstkliertjes), welke diep verscholen zitten onder haar buikhaar (jongen worden voornamelijk gezoogd met de voorste borstkliertjes, die ook het meeste melk produceren; de meer naar achter gelegen kliertjes worden alleen gebruikt wanneer een meerling wordt geboren). Het jong gaat, zodra deze is drooggelikt, zelf meteen op zoek naar een tepel. Indien een meerling geboren wordt, zit hier meestal een kleine periode tussen, zodat het vrouwtje de kans heeft haar eerder geboren jong droog te likken. Echter wanneer de jongen elkaar te snel opvolgen, is het raadzaam om het eerder geboren jong uit de kooi te halen en deze zelf zachtjes droog te blazen. Je kunt dit het beste doen door van je handen een bijna gesloten kommetje te maken en het jong hierin zachtjes droog te blazen (of gebruik je trui/sweater). Het vrouwtje kan zich dan volledig concentreren op de geboorte van het volgende jong.Normaliter, als alle jongen geboren zijn, vindt uitdrijving van de placenta (moederkoek, nageboorte) plaats. Terwijl de jongen inmiddels lekker aan het drinken zijn aan de tepels, wordt deze placenta opgegeten door het vrouwtje. De placenta zit boordevol vitamines wat ervoor zorgt dat de melkproductie op gang wordt gezet. Daarnaast is het opeten van de placenta instinctief gedrag; in het wild worden hierdoor de sporen van de bevalling uitgewist om de natuurlijke vijand(en) op afstand te houden. Omdat chinchilla ’s soms meerdere placenta ’s hebben, kan uitdrijving van de placenta ook tussendoor de geboortes plaatsvinden. Na uitdrijving van de placenta kan dus nóg een jong geboren worden. Het komt niet vaak voor, maar dit betekent dat de babies apart gegroeid zijn, geen twee- of meerling zijn en dus ieder een eigen placenta hebben. Dit houdt ook in dat een reeds zwanger vrouwtje opnieuw zwanger kan raken (vrouwtjes kunnen tijdens de zwangerschap gewoon bronstig worden), met als gevolg dat zij binnen 111 dagen opnieuw bevalt! Geboortegewicht
Babychinchilla ’s worden "compleet" geboren met open oogjes, tandjes én haar. Na hun geboorte rennen ze vrijwel meteen door de kooi en kunnen ze vanaf dag één al pellets en hooi eten (al geven ze toch de voorkeur aan de moedermelk). Het geboortegewicht van een (droog) chinchilla jong ligt gemiddeld tussen de 40 en 50 gram, maar sommigen kunnen tot 70 gram wegen en anderen niet meer dan 30 gram.Geboorte meerling
Wanneer een meerling geboren wordt, kan er in het begin onderling veel ruzie zijn om de voorste tepels van de moeder. De voorste tepels geven immers het meeste melk. Wanneer de tepels gekozen zijn en iedere babychin zijn "plek kent", zul je zien dat gedurende de zoogtijd elk jong een eigen tepel heeft (in ieder geval wanneer ze allemaal tegelijk drinken). Wij zijn van mening dat in iedere dierengroep, -kudde en/of -roedel een rangorde heerst, dus ook bij chinchilla ’s. Degenen die aan de achterste tepels drinken, zijn o.i. lager in rangorde en kunnen (doordat de achterste tepels minder melk geven dan de voorste tepels) gedurende de zoogperiode kleiner zijn dan degenen die aan de voorste tepels drinken. Dat wil echter niet zeggen dat ze altijd kleiner zullen blijven dan hun broertjes en/of zusjes, de kleinste kan uiteindelijk als grootste van het nest uitgroeien!Dat de ene babychin groter is als de ander is eventueel ook al zichtbaar bij de bevalling. Doordat het grote (en sterkere) jong tijdens de zwangerschap de meeste voedingsstoffen tot zich genomen heeft, heeft de ander dus te weinig binnen gekregen om te groeien. Het kleinere jong zal ook veel zwakker zijn dan het grotere broertje of zusje. Het loopt, springt en huppelt bijvoorbeeld de eerste dagen niet door de kooi, het is langzaam en traag. Helaas overlijdt in de meeste gevallen het kleinste jong binnen enkele uren, omdat het gewoon te zwak is, te weinig voedingsstoffen tot zich heeft kunnen nemen tijdens de zwangerschap. Wanneer het kleintje de eerste uren wel overleeft, blijft het voorlopig nog wel zwak. Het kan dus zijn dat het met een paar dagen helaas alsnog overlijdt, hier moet je wel rekening mee houden. Wanneer het twee jongen betreft, dus een grote en een kleintje, adviseren wij de jongen gewoon met rust te laten. Ze hebben allebei een voorste tepel om aan te drinken en het kleine jong heeft dus alle kans om voldoende melk binnen te krijgen. Wij zijn van mening dat in een geval als deze het kleintje in alle rust zelf op krachten moet komen; het diertje gaan bijvoeden bijvoorbeeld geeft o.i. extra stress en zal het zeker overlijden. Bovendien is moedermelk het beste voor een jong, daar zitten alle juiste vitaminen en mineralen in die ze nodig hebben. Wanneer er meer dan twee jongen geboren zijn, kun je eventueel de grote jongen af en toe uit de kooi halen (vasthouden), zodat het kleine jong rustig kan drinken aan een van de voorste tepels. Immers de groten zullen ook de voorste tepels in beslag nemen en veel melk is juist wat het kleintje nodig heeft. Hier geldt o.i. dus ook: niet de kleinste gaan bijvoeden! Wanneer de jongen 8 weken oud zijn, is het wel verstandig de grootste jongen bij de moeder vandaan te halen en de kleinste nog eventjes te laten zitten. Nu kan het zeker zijn/haar achterstand gaan inhalen en je zult ook zien dat het gewicht en omvang van het kleine ding met de dag omhoog schiet! Het bokje uit de kooi halen voor/tijdens de bevalling of kan hij erbij blijven?
Tijdens de bevalling kun je het bokje gewoon in de kooi laten. Hij zal zich als een uitstekende partner gedragen en zijn vrouwtje helpen bij de bevalling. Zodra het vrouwtje is bevallen van het jong, zal hij zich hier meteen over ontfermen door het jong droog te likken. Hierdoor kan het vrouwtje zich eventueel op een volgende worp concentreren. Ook na de bevalling is de bok een perfecte vader en verzorgt en beschermt hij de jongen goed. Hou er echter rekening mee dat het vrouwtje direct na de bevalling weer vruchtbaar is en het bokje haar ook zal trachten te dekken. Een herdekking zal niet altijd worden toegelaten door het vrouwtje, echter het toelaten van een herdekking is deels instinctief gedrag van het vrouwtje; wanneer haar jongen immers iets zal overkomen, is ze in ieder geval weer zwanger en zal ze over 111-113 dagen wederom jongen hebben. Onze ervaring leert dat herdekkingen dus niet ALTIJD plaatsvinden (wij schatten het aantal herdekkingen van onze fokvrouwtjes niet hoger dan 30%). Mocht het tot een herdekking zijn gekomen, haal het bokje dan vóór de volgende bevalling (vlak voor de 111de dag) uit de kooi. Hierdoor hou je het aantal nesten van een vrouwtje gering (maximaal twee nesten per jaar), zodat uitputting en zware belasting van het vrouwtje wordt voorkomen. Zodra het vrouwtje bevallen is, kun je het bokje eventueel in een wenkooitje terug in de kooi zetten, zodat het hele gezin contact houdt en niet zullen vervreemden van elkaar. Laat het bokje gedurende de dagen dat de schede van het vrouwtje nog openstaat in het wenkooitje (5-7 dagen). Zorg er echter voor dat het bokje wel elke dag zijn pootjes even kan strekken, door hem los te laten in een gesloten ruimte of hem onder toeziend oog vrij te laten in de kooi. Wanneer de schede van het vrouwtje weer dicht is, kan het bokje zonder problemen weer bij zijn gezin los gezet worden.Omdat we ons kunnen voorstellen dat je het een beetje eng vindt om het bokje vrij te laten in de kooi en je misschien geen tijd en/of geschikte ruimte hebt om het bokje elke dag eventjes los te laten lopen, kun je bijvoorbeeld ook gebruik maken van twee tegen elkaar geplaatste konijnenkooien. Waarbij dan het vrouwtje met haar jongen in de ene kooi zit en het bokje in de andere. Op deze manier blijft eveneens het contact en heeft het bokje alle ruimte om zich te kunnen bewegen. ATTENTIE: babychins kunnen gemakkelijk door de spijlen van een konijnenkooi heen kruipen. Bevestig daarom eerst fijn gaas aan de binnenkant van de konijnenkooi waar het vrouwtje met haar jongen ingezet wordt. HEEL BELANGRIJK OM TE WETEN, is dat wanneer een herdekking plaatsvindt, het tijdens het liefdesspel er ruig aan toe kan gaan (lees hierover meer onder het item Fokken bij "de dekking"). Het is daarom van groot belang dat er een object in de kooi aanwezig is, zoals een houten huisje of een aarden bloempot, waarin de jongen zich instinctief zullen verschuilen. Op deze manier wordt voorkomen dat ze omver gelopen worden of in het ergste geval vertrapt worden door de jagende bok op zijn vrouwtje.
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||
| Copyright © 2004 - 2012 LiMa chinchilla ’s. Alle rechten voorbehouden. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||